Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334

ken hun onafhankelijkheid. Wel beloofde Engeland autonomie. Deze belofte is ingelost in 1907; de vier Engelsche koloniën Transvaal, Oranje-Vrijstaat, Natal, Kaapland, zijn daarna vereenigd in de Unie van Zui d-A f r i k a, 1910.

Fasjoda, 1898. Tegelijkertijd met de Zuid-Afrikaansche verwikkelingen beleefde de concurrentie tusschen Engeland en Frankrijk in het hartje van Afrika een pijnlijke ontmoeting.

Frankrijk was in het bezit van den Franschen Congo en van de nederzetting O b o k aan de Roode Zee. Het ministerie van koloniën ontwierp nu het avontuurlijk plan om van het Congo-gebied uit een expeditie te zenden in oostelijke richting naar Obok, met het doel om beslag te leggen op het stroomgebied van denBove n-N ij 1. Zoodoende wilde Frankrijk een territorium bemachtigen, dat den Atlantischen Oceaan zou verbinden met de Roode Zee, dwars door het Engelsch plan van den spoorweg Kaapstad—Kaïro. M a rc h a n d was commandant van de expeditie. Onder ontelbare moeilijkheden bereikte hij Fasjoda, Juli 1898. Maar in September verschenen de Engelschen: zij hadden juist de Mahdisten verslagen bijOmdoerman onder het bevel van Kitchener. Marchand moest opbreken.

De verhouding tusschen Engeland en Frankrijk werd een oogenblik gespannen, maar in 1899 is de kwestie voorloopig geregeld. Bij de Fransch-Engelsche entente van 1904 heeft Frankrijk ten slotte definitief afstand gedaan van alle aanspraken op Egypte en den Anglo-Egyptischen Soedan, het verkreeg daartegenover de vrije hand in Marokko en de westelijke helft van de Sahara.

Kardinaal Manning. Te midden van het succes van het Engelsch imperialisme bleef in Engeland zelf de sociale kwestie aan de orde van den dag. De tegenstelling tusschen het schatrijke en het doodarme Londen trok de aandacht van Kardinaal Manning, den opvolger van Kardinaal Wiseman. Hij kwam tot de overtuiging, dat de Kerk een grootsche taak te vervullen had ten bate van de volksklasse. In 1889 brak te Londen een gevaarlijke werkstaking uit onder de niet georganiseerde dokwerkers, tienduizenden. Hun strijd tegen de werkgevers was rechtvaardig, maar hopeloos. Men vreesde een bloedig oproer. Alle pogingen tot bemiddeling, ook die van de Anglicaansche geestelijkheid, mislukten. Toen trad Manning in onderhandeling met de werklieden. Hij gaf hun toe, dat zij gelijk hadden, maar bewees hun tevens, dat zij het verkeerd aanlegden. Hij won hun vertrouwen, verwierf van beide partijen belangrijke concessies en heel Engeland was den Kardinaal dankbaar voor het herstel van den vrede. Schitterend werd de sociale arbeid van Manning in Engeland,

Sluiten