Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

te „goed" willen zijn. Het beest is met tempelsieraden omhangen (die het altijd weer verontreinigt), en niet in den dienst van het hoogere geleid.

Wat zijn we dan ook nog beestachtig, zelfs tegenover elkaar, als we eens, met de moed der wanhoop besluiten, de heilige ballast voor éen oogenblik aan de kapstok te hangen om te zien wat er onder zit!

Ik zal kiesch zijn en niet verder gaan. Al ben ik dan nu eenmaal een soort „voorwerker" in de liefde, er zijn dingen, die men niet bespreekt. Maar ik weet nu, dat begeerte en haat van één oorsprong zijn, en ik voor mij prefereer de bloedige oneenigheid boven de ietwat zachtzinniger begeerte, al kan men dan na verloop van de laatste ook met een weinig goeden wil vertellen, dat men elkaar heeft „liefgehad".*)

Ik heb haar direkt daarop weer verloochend (nog spoediger dan anders: ruzie schijnt dus een nog vollediger krachtuitstorting te zijn dan wat men hartstocht noemt). Ferdo was uit Madrid gekomen, hij onderbrak onze laatste teerderheden en dwong ons tot theedrinken en conversatie. Hij vertelde van de Basken, van zijn treinreis over de Castiliaansche hoogvlakte, het zingen van Spaansche vrouwen in zijn coupé, in de nacht, op het gedender van de wielen. En hoewel zij en ik elkaar nog wel eens aankeken vriendelijker dan gewoonlijk „in gezelschap" (was er nu niet volgens de romantiek der liefde tusschen ons een „zoete herinnering" ?) voelde ik al na het eerste woord, dat Ferdo zei, hoe ik haar aanwezigheid verloochende: hij was er voor mij, en ik dwong haar alweer mijn gedachten te accepteeren: dat ze te dom was, er niets van begreep, en vierde aldus de triomfen van ons geestig twee-gesprek tegen den achtergrond van haar gedwongen, stilzwijgend zich verzettende en tenslotte hatende minderwaardigheid. Abon entendeur demi mot suffit.

Ik verloochen haar voordurend, ik hoon haar onophoudelijk. En aldus, dit wetende en belijdende, zal het me wel niet moeilijk vallen haar te bewijzen, dat ik de schuldige ben (als ze tenminste in die schuldvraag nog belangstelt: Ze is zóo wijs tegenwoordig, en beweert zelfs al, dat er van schuld geen sprake is!).

' scnaam me. Moe heb ik ooit onze liefde zóó kunnen krenken! Het bedriegehjkst masker van den Satan Intellectualis, die onze wereld tot haar vernietiging leidt, is ongetwijfeld dat der „pbycho-analyse". _ N. v. d. S. 19 Nov. '23

Sluiten