Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN DROOM.

Van Bilthoven over een warnet van wegen tot Maarseveen. In Maarseveen beginnen de plassen al, stukken fel wéér-Iichtend water met groene biezen ergens tusschen de huisjes door. Daar begint ook de droom.

Zware trossen wijnroode appels verdubbelen zich in de klare spiegels, tuintjes, die glooien naar den waterkant, kleuren in fel geel en rood en paars-en-rood van de boereft-fuchsia's, in enge voorkamertjes als roefjes, zitten, tegen de houten wanden gedrukt, strakke, donkere mannen en vrouwen en drinken koffie om een hooge koffiekan. Dan, om en bij een steenen bruggetje, dat afvoert naar weer een nieuw belommerd pad, vallen de horizonten aan weerszij omlaag en is daar zonlicht water rondom, vlak en strak met plekken van fel schitterende golving en rustpunten van diaphaan groene biesbosschen, eilandjes en landtongen van zonlicht omneveld, en een zilveren torentje, ver weg, heel aan de overzij.

En je denkt: wat een brutale kerel, die hier zijn vrouwtje naar toe bracht, moet ie nou nóg mooier zitten, nóg dieper weg van al wat ons onbewust ergerüjk is, in deze ijle neveling van tui Cn sPie9eun9> van groene wuiving, en wolken en water? Maar een oud boertje, rechtop voor zijn huis, waar aan een tafel zijn twee dochters zitten te breien, zegt: o, die meneer van L., dan mö-je als maar rechtuit, en dan gaat naar links een smalle weg, recht in de plassen, en dan ga je maar weer als rechtuit, tot 't leste huus.

Z'n dochters in rose jurken, roepen da-ag. Daar nader je dan het huis, hier moet de jager wonen, en daar, als laatste buurman, vlak vóór de oneindigheid van water en lucht, de kruidenzoeker. En daar staat het zelf, hoog opgericht, donker van hout, met steenen fundamenten, een top van roodgelakte binten, als een haan met opgeheven kamme-kop, als de voorplecht van een brutale schuit, geheven op een sterke golfrug.

4

Sluiten