Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

en gevoelsverband tusschen ons tóch al onrustig, mij tegemoet treedt, zie ik het in baar.

Dat alles kan gebeuren na een dag van enkel licht, het kan ook gebeuren na een dag van omzwervingen, achter mijn laagste zelf aan, door de zwartste hellen. Het kan zijn, dat we naast elkaar zijn gegaan, een dag lang, in de stilste harmonie; ik zag haar aan, een ziel, zij gaf ze weer, heerlijker en volkomener, en mijn beeld in haar spiegel is smetteloos. Dan flitst er soms een gedachte door mij heen en mijn spiegelbeeld vertoont een vlekje. En ik verwijt het haar, die niets is dan mijn spiegel, mijn ondergang, of, in het beste geval mijn heerlijkste verlossing. Ik verwijt het haar omdat ik te vergenoegd en te zelfbewust ook ben, om te denken, dat ik, zóó'n lichte stonde, besmet zou zijn.

Ik zeg: Waarom ben je onrustig?

En zij zegt: Ik ben niet onrustig.

Dat zou afdoende zijn, maar even navoelend mijn eigen zweem van onrust, die in haar natrilt, zegt ze, nü al gemelijk: „of misschien ook wèl

Dan gaat ze heen, omdat ze „niet naast iemand kan zitten» die zelf onrustig is en haar er de schuld van geeft."

En ik, wanhopig om deze neerstorting van de hoogste Godsaanschouwing in de zwartste duisternis, ik put me uit in verstandige redeneeringen, die zich als een muur tusschen ons opbouwen, ik beken schuld, ten einde raad, en zij aanvaardt het als zoodanig (hoe zou ze ook anders, waar het de waarheid is ?), ik smeek haar om vergeving, en ze geeft ze niet, ze weet niet wat ik bedoel (hoe zou ze ook, waar ik haar niet krenkte?)* ze is alleen maar verward en voelt een grooten druk, die niet te ontkomen is. En zoo gaan wij verder, tegen elkaar op, ik tuchtigend in haar mijn eigen kwaad. En pas als alle kracht in mijn Satan vernietigd is, mag ik uitgeput in haar armen zinken en in haar spiegel mijn ziel zien, onbesmet, ongesluierd, als een geschenk van haar blankheid.

. En nu vraag ik U, dokter, mij van dit alles te genezen, dat me zenuwziek maakt vóór ik zal hebben overwonnen, en me óm te scheppen in een rustig huisvader, stil, sterk en evenwichtig.

Sluiten