Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

n.

De groote Dokter heeft geantwoord. Ik heb het Hem jaren, ik heb het Hem al eeuwigheden lang gevraagd: geef ons eindelijk het rustig geluk, dat tenslotte toch alle menschen behoeven; bij baar voel ik een vreugde, die nergens anders is, die van den hemel is; maar voor haar meedoogenloozen rechterstoel wordt ook mijn zondig, mijn eeuwig opstandig lichaam snel en zeker gebroken; als Gij dus wilt, dat dit lijf nog tot iets anders zal dienen als om iit*Jiefdesstrijd te vergaan, doe ons dan zoo fel en onophoudelijk lijden, dat wij tenslotte niet anders meer kunnen, als luisteren naar uw bevel; voor het te laat is.

Voor het te laat is! Ik heb den bodem van mijn lijdensbeker gezien. Ze is even goor en grauw als een niet meer begeerde vrijheid. En ik kan me niet denken hoe in den stillen nacht, die volgen zal op dezen jarenlangen dag van strijd de vreugde kan liggen, die tot U voert, die blijvend tot U voert, niet voor één oogenblik, in den roes van een gedicht, maar langer, véél langer, zoo lang tot deze gejaagdheid zich in Uw rust heeft verloren.

Ik geloof, dat ik U niet vinden zal in den nacht, die komen gaat, en dien ik misschien vullen ga met het gerucht van veel leege begeerten, ik geloof, dat ik U achterlaat in haar hart, ik geloof, dat ik U nooit meer zien zal als ik haar oogen niet meer zal zien.

En omdat ik dan toch meen afscheid te nemen, van haar en van U, laat mij voor het eerst in die jaren ook eens iets goeds zeggen van haar, die mijn strengste rechter was. Want haar oogen zijn grondeloos als mijn eigen ziel, zwart als mijn hel, maar blauw als mijn hemel, en haar handen kunnen streelen, en hard en droog zijn als geesels, maar de zachtheid van haar lichaam is de vergetelheid zelf.

Dat alles heb ik wel gewèten. Maar zoomin als ik de Schoonheid van mijn ziel, die ik steeds als haar hoogste waarde ken, in mijn leven heb beleefd, (steeds ontkennend wat zij niet was, nooit erkennend wat zij is), zoo weinig heb ik mijn grootsten schat in liefde gevonden. En haar heerlijkste geschenken, die toch ook in rustigen schemer worden gegeven, heb ik genomen in het vuur van een demonischen strijd.

En ik dank haar voor haar slagen, die kussen waren, en voor mijn wonden, die de litteekens zijn van een matelooze teederheid. Amen.

Sluiten