Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H2

Maar haar tanden zijn leelijk. Haar handen zijn niet verzorgd.

Degedaante: Och, dit zijn ook geen vrouwen voor een hoog-geestelijk mensch als jij om zich in te verhezen. Jij moet iets anders hebben. Het geestelijk element in je moet zoc.goed een aanvulling vinden als het lichamelijk. (Hi, lacht gemoedelijk.) Wil je haar niet? .. . , j._

(Een dertig-jarige blondine, zuiver en eenvoudig, glimlacht den

]OUD^sfdlTaaV: Mijn God.... geeft deze hoogstaande

vrouw wérkelijk iets om me? O. ik wil haar maar ik zou

niet kunnen. Waarom zij en een ander niet? Er zijn immers geen redenen waarom ik me juist aan haar zou binden. Daar zou ik toch altijd aan moeten denken. Nee, ik kan niet. (Ze staan nu op een plateau, dat rondom open a )..... Degedaante: Je bent vervelend. Je behoort blijkbaar voorgoed aan de dood en niet meer tot het leven. Ik groetje. De redenaar: Ga niet weg. Laat me niet alleen 1 (De gedaante verdwijnt). M De redenaar: O, groote God, nu moet ik oplossen. Nu móet ik verdwijnen. Te zwaar is het zelf om het nog langer te dragen. Waar laat ik het? Waar berg ik dit wezen, dat alles kent en alles weet en nochtans niet gestorven is? Ik moet oplossen. Dat is zeker, volgens alle religies en alle systemen. Wie vol is moet geledigd worden. Wat rijp is moet afvallen. De vraag is nu maar: hoe? Zal ik het astrologisch doen en redeneeren van Aquarius. den innerlijk rijpe, en van het.offer der Visschen? Zal ik het theosofisch doen. of christosofisch en sterven als een voldragen vorm aan het krui. van he Albewustzijn? Haha! (Hij lacht als een wanhopige.) Noch het éen noch het ander. Ik kan dit willen en dat willen, maar mijn lichaam blijft me bij.-Alle duizend atavismen, alle duizend predisposities, waardoor dit wezen kermt en juicht, kreunt lacht, rust, gaat. rijst en daalt, handelt of zich onthoud . (Met trots). Alles heb ik gedaan, alles heb ik gekend, alles heb

* DCe 3g ê da a n t e (te voorschijn tredend): Niets menschelijks is je vreemd, je bent een volkomen mensch — zonder te

willen vleien. (Hij wenkt) Koml

De redenaar: Waarom nóg te komen.'

De gedaante: Waaróm?llk groet je! (Verdwijnend, in

Sluiten