Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218

levens ineenstrengelen en niet alleen de kruinen elkaar raken ?...

Ik sta op, ik zet thee, ik steek het kacheltje aan Of

het helpen zal?

De poes, onze zwarte Pom, die de meedoogenlooze thermometer van mijn stemming is, zit angstig in-één-gedoken in een hoekje en huivert voor me weg. Het iriteert me. Het inteert me tot gek wordens toe. Maar wat baat me zelfs de waanzin ? Ook dat effect zou maar gedoemd zijn zich-zelf te pletter te loopen op de blinde muur van je onvermurwbare onverschilligheid.

Dit alles geeft niets: je voelt mijn gedachten: „Zie je hoe ik alles doe, op den dag, dat ik eigenlijk moest rusten van een heele week ingespannen arbeid.. . Zie je hoe ellendig ik ben, hoe je .mijn leven verwoest. . . Nu zet ik thee, nu haal ik zélf de pap..."

En ik weet, terwijl ik dit alles doe, koortsachtig, aanstellerigcorrect, dat ik je al deze dingen ontsteel, dat het je nóg méér iriteert. Dat de, uitgestelde, catastrofe er nog maar des te verschrikkelijker om zal zijn ....

En onderwijl tikt de klok.... We kunnen alles vernietigen, alles stukslaan, de tijd gaat meedoogenloos verder....

En wéér is een dag verdaan .... en wéér gaan we, als we eindelijk verzoend zijn en in eikaars armen liggen, krachteloos aan den arbeid.

Wat denk je van dit alles, als je het zelf zoo leest?

Ik voor mij vind het belachelijk, belachelijk. Is ons leven een straf van God voor het weten van dingen, die niet door menschen geweten mogen worden? Wordt het bewustzijn der essentieele waarheden zóó zwaar gestraft? Zijn we te onvolkomen om de waarheden te beleven, die onze geest in overmoed heeft geformuleerd ?

Hoe durf ik jouw leven te offeren aan een conflict zonder uitkomst, zonder mezelf van een moreele moord te betichten?

Is het ons lager denken, dat ons te pakken heeft, willoos, redeloos werktuig van een oppermachtige begeerte?

Onze liefde geeft hier geen antwoord op. Ze negeert deze „kwesties". En als onze liefde het ons niet verklaart, welke taal (die wij beiden verstaan) zal dan bij machte zijn, ons dit alles te doen begrijpen?

En toch, bij God, zijn er geen twee menschen ter wereld, die elkaar zóó liefhebben als jij en ik.

Sluiten