Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

voor hem afgesloten en kon*i nog alleen baat vinden bij 't onwerkelijke: het vizioenaire, en 't plastisch*stemmige van 't verleden.

Oh, ook dat was heerlijk om in op te gaan. De late avonden, als hij zich veilig nestelde op een luw plekje, zich koesterend in de goudschijn van de schemerlamp, met rijk*oranje kap, of liggend voor het haardvuur. Dan lag het boek kort onder zijn oogen, die langzaam de regels langs Üepen en vaak terugkeerden, of knipten en staren bleven een poos, dan leefde hij in oude eeuwen, voelde behaaglijk de warme gloed z'n haar doorglijden, dat opstond als een bosch gebogen stammen op een berg,en stekelen in de nek:hij wrikte even met de schou* ders en ging door te lezen, met het proeven van het proza, met het slurpen van de zinnen, totdat hij smacht* te naar versnapering: Dionyzos' druiven bij Couperus deden zijn smaakorganen bevrediging eischen, slechts met smeltend zachts te stillen. En geel laaide het in de open haard, zacht, vol, geel, met roode wuivingen, een guerilla tusschen het gekloofde hout, en 't springen van vuursprankjes er uit. Grillig kartelde het brandrood op de vacht, en rosse schaduwen bespookten de wanden. Langzaamaan werd het stiller en meer donker in de haard

Als hij dan eindelijk einden moest, huiverend van nachtkou, ontnuchterd terug zijnd van de reis in verre zonnelanden, terwijl over zijn oogleden nog vuurvloe* den stroomden als lava, kokende, gloeiend rood, een gouden droom met gouden gordijnen en roode koorden, neerschuivend als cataracten vuur, dan ging een gon* zing door zijn kloppend hoofd en rilde hij van teleur*

Sluiten