Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37

brullende brand, blusschen onmogelijk! Dat zegt nog niks.

Ik ga het je gewoon vertellen.

Na deze duffe schoolweken en na het lezen van een heel jong gebriefte had ik behoefte aan een dolle daad, en vanochtend in de vroegte zat ik al op 't zadel naar Voorburg en daar ging het in een goed gangetje: trappel* trappel*tang*tang op Rijswijk aan. Eerst was ik vrij nuch* ter, zeker door de morgenkou, en luisterde naar merel* gefluit en kweelen uit kelen van voorjaarsvogels. De voorteekenen waren gunstig: bij de tol had ik al even* tjes lol: ik zag de baas achter z'n huis op 't land, vlug de boom opgewipt en er door. In 't glippen door zoo'n middeleeuwsche instelling without paying heb altijd barre schik. Dan weer op 't vehikel gesprongen en voort, lekker licht veerend over de golvingen van 't pad, rake* lings zwevend langs de trottoirband en voorbij stilstaan* de groentekarren met droomèrig bruin paard, die ijlings geluidloos naar achteren schoven, toch onbewegelijk blijvend, als goederenwagons bij losplaatsen gezien uit een snellende trein.

Door de beweging werd ik warmer en dan komt de geestdrift vanzelf, en niet te philosopheeren begon ik, maar te phantaseeren, de blik geklemd op weg en wiel vóór me, 't lichaam voorover, stijf steunend op 't stuur met de handen en almaar woester de trappers drukkend en heviger hijgend — en zoo ben ik gebliksemd door Delft, zonder te zien, ja toch: ik ben me bewust van te zijn gekomen langs de fabriek van mufriekende lijn* koeken, door 't gebied van de gelatine en door benauw* de lijmlucht, langs pittige kokoskransje*geur en voor*

Sluiten