Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

rokken zijn me niet kort genoeg, om je mooie spoel* vormige beenen te kunnen bewonderen!

Zoo was ik opgewonden bezig in liefdekoorts, maar moest toen voortmaken, aangezien het gezelschap al bij de uitgang was. En zij mocht me vooral niet zien.

Ik dacht dat ze wel een tremmetje zouden pikken en rende naar de rijwielloods, gaf bevend m'n bewijsje, en toen begon die man doodbedaard eerst te zoeken en toen een troep fietsen één na één te versjouwen. Op die manier konden ze me nog ontsnappen en ik wou mee* helpen, doch daar moest de bureaucraat niks van hebben. Intusschen hield ik de uitgang in 't oog, daar versche* nen ze opeens, „maak an!" roep ik vol ongeduld tegen de man; „kallem an meneer", zegt*i terug, en dan zie ik ze nota bene naar een huurauto stappen — ik kijk stom toe, dat had ik nou nooit kunnen denken, dan vloek ik hardop: „Donder — "dagmiddag! en spring zenuwachtig* driftig op m'n kar toe, duw andere fietsen ruw weg, wrik en wring de mijne los en scheur en sleur ze uit het rek, onder het waarschouwende „hei, hei!" van de ouwe. Hoe ik zoo gauw naast het hokje stond en dat zij mij daar niet bespeurd hebben, zijn me raadsels; de auto gierde al zijn aanvangsdeun,ik ijlings te fiets en er achter aan!

De gonzende wagen reed behoorlijk, baande ook voor mij een pad door de drukte, en door de meer gelijkma* tige beweging kwam ik tot mezelf. Triomfantelijk trapte ik achter „mijn gevangenen" aan, heel tevreden over mij, dat ik ze zoo kranig verschalkt had, en vreugde golfde in me op toen 'k even de naam noemde van één die daarbinnen zat.

Sluiten