Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

strekkingen — het neerkomen, dan f orsche vooruitschuif ving over de rails, een wiegend galoppeeren met telkens een afzet van de grond. Hij had er hartstochtelijk aan deelgenomen, russchen de slaapjes doende burgers in.

Te Rotterdam in één door gerend naar lijn 4, en daar* mee naar 't Park. En dan was het wachten gekomen. Eerst was*i geschrokken telkens dat*i een meisje zag, maar*i was veel te vroeg geweest, en de hoogte opge* gaan, naar 't water. En zich afvragend van welke kant ze zou komen, hadden hem toch de zéldzaam teere spruitjes uit het bruine getak getroffen, en was*i zelfs even heelemaal geboeid geweest door de zonnevloed op de rivier! De Maas wiebelde heuvelend glad groen, zon tingelde er op en wemelde er schelle plekken op, gekwinkeleer van lichtgeplek, een lichtgeschetter, een wit geweervuur. Een gespoel, gespiegel en gespeel van groen en geel, van plassen schijn. En er was almaardoof langs elkaar ge jaag van scheepjes russchen hun schom* melende watervlakken, motorpuffers en dapper ploe* gende sleepbootjes achter hun schuimende golfheuvel aan: torren met machtige sprieten. Bergen krinkelend zliver, die uiteenrimpelden in schittergetril.

En dan ineens was ze hard komen aantrappen, hoofd voorover, rug wat krom, 'n half hoepeltje, automatisch als een circusaapje. Zwenkte dan, stak het hoofd op, hield ineens de beenen stil — en de arm wuifde onstui* mig. Hij had teruggezwaaid, niet zoo van harte, maar onbedwingbaar lachen gleed uit al z'n trekken, al deden z'n wangen zeer en begon het over z'n rug te gaan net als wanneer er een grootsche demonstratie voorbij* kwam. Een stem had haar naam genoemd — nooit had*i

Sluiten