Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

97

mochten lief de jaren komen, en trouwen en op z'n

twintigste jaar moest de mensch sterven. Ten minste de fijnvoelende mensch. Dan kon ook die een gelukkig leven hebben. Hij knikte de ander dankbaar toe. Zei dan van harte:

— U is een prachtig ras! U lijkt er niet op, maar 'k denk bij u aan de Scheveningsche visschersmeisjes: zoo slank, zoo frisch*rose en knap! Is u óók zoo 'n kin* derrijk ras? met verbazend veel van die mooie jonge kinderen?

De Atlantiër was heel ernstig geworden. En ant* woordde na nog even zwijgen:

— Dat is juist het geheim van ons geluk, dat is het zwaartepunt. Nee — veel jonge kinderen zult ge hier niet zien. Dat is de grondslag van onze samenleving: niet meer menschen er toe te laten dan er plaats voor is. Dat de bevolking zich niet uitbreidt. Elk ouderpaar mag niet meer dan drie kinderen voortbrengen; één valt er dan wel af eer die zich zou kunnen voortplanten; zoo* doende blijft hetzelfde aantal. En hierop is ons levens* geluk gebouwd.

Theodorik keek verrast op.

— Het klinkt te mooi om waar te kunnen zijn! Hoe is het mógelijk dat dit zoo prachtig slaagt?

De ander werd nog somberder, maar zei met vaste kracht:

— Het is de ijzeren wet; de onverbiddelijke, harde wet. Wanneer een vierde kind geboren wordt — wordt het met onverzettelijke arm in de rivier geslingerd!

Theodorik schrok over*end. Hij Maar de Atlan*

Sluiten