Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

229

met vurige fanatieke trekken en koortsige bewegingen, sleepten mortelbakken bij de ladders op en torsten zware steenen naar boven in haastig tempo. Hijzelf draafde er ook tusschen. Omhoog metselden de men* schen blok op blok, beneden voerden ze altijd meer aan. Rijen hoofden kwamen bij de ladders op, met stapels steen er naast. Reeksen kruiwagens werden omlaag aan* gereden met steen en kalk er op. Karren met paarden er voor kwamen aangewrikt, met hout beladen. Schepen uit Deventer dreven de rivier af, vol materiaal. En al dat volk met al die voorraad rende driftig naar één doel: de kloosterbouw, waar hij nu bovenop stond, ziende het aquariumgroene land, de breede Usel en de torens van de stad. Het was alsof hij boven de bouwerij uitrees: Zwolle en Zutfen zag hij al, en heel de blauwe Veluw* zoom van heuvels. Keek dan weer neer: men stormde zwaarbepakt in gelederen op de steenklomp aan, als was het een belegering; duizelig veel; ze klommen als mieren bij de muren op, zóó veel, zóó veel, dat het zachtjes be* gon te schudden. De bouw werd onder het zwoegende volk bedolven en beefde van al 't beweeg. Hij voelde de

muren langzaam scheef gaan hij hield zich aan een

kruis vast en keek de hemel in, richtte zijn blik naar

een punt om rust, een wolk die over*dreef daar

zwaaide hij rond om het hellende kruis: zijn voeten wa* ren losgeschotenl hij wou wegvliegen: 't is droom, 't is droom wou hij zich geruststellen: ,,'t is niet waar, ik sta niet op een toren" — en: „ik kan vliegen! ik kan hier van* daan vliegen!" verwarde zich er mee, maakte hem mach* teloos — hij wou de handen uitgespreid schuin voor zich in de lucht planten en zich opduwen latend het kruis

Sluiten