Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

248

dag 16 Augustus. En op Theodorik's verbluft*geschrok* ken kijken, voegde ze er gauw aan toe: ze had in haar gedachte de kalender bijgehouden, elke morgen op*

nieuw de dag in stilte vastgesteld

Dit deed hem ineens ontroerend aan, net als haar op* offeren voor Oom hem bij het plotseling inzicht sterk getroffen had. Toch nog de band met het oude land

te willen aanhouden haar hart moest daar nog aan

hangen. Hij voelde bijna*medelijden, staarde even geestelijk afwezig, en vroeg dan of ze graag naar de vroegere streek terug zou keeren. En, weer na aarze* len, zacht haastig sprekend, vertrouwde ze 't hem toe: ze verlangde erg terug naar 't vasteland, maar zou er nooit alleen naartoe willen gaan, er alleen durven leven: ze was bang voor de menschen, béng voor de

vreemde anderen En met een half «verlegen lachje,

om haar bekentenis, snel overgaande naar wat anders, beklaagde ze zich als een huisvrouw over huishoud* boel: had hij niet gemerkt dat het brood al slechter werd? dat kwam door de gist, die was niet goed meer; en was het geen jammer, dat ze maar steeds busgroen* te moesten eten, terwijl nou ieder de lekkerste bloem* kool en boontjes had? Theodorik troostte haar lachend met de versche zeevisch die hij weer zou vangen, en haalde massa' voordeden op van hun verblijf buiten de beschaving, wijzend ten slotte op het geluk van Oom — maar in zijn binnenste stond hij heelemaal aan haar kant. Een pooslang bleef hij er nog over napeinzen toen zij weer aan het werk gegaan was. Hij wist niet, dat hij zooveel sympathie voor haar kon voelen; hij had gedacht dat zijn belangstelling alleen naar brunettes

Sluiten