Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

uw rijk, en dat dat rük wel eens kon worden bedreigd

Zie naar nüj! Ook ik had gisteren een hofstoet van vrouwen, en men zag ook nuj als een onwankelbaar potentaat van een ondeelbaar imperium. Ik zond ze echter weg om de aardegoden te troosten met haar schoonheid, die ik niet voor nüj alléén wilde houden. Morgen zal ik er nieuwe hebben, naar den aard vanden zwerver, die zich nemen kan wat hü begeert, omdat hü, niets bezittende, het Heelal bezit. Maar Gü, die niét gewend züt op Uzelf te staan en slechts leeft door wat gü hebt, wat met U, o arme koning, als de menschen, door mün gulheid verwend, ook eens begeerig worden naar den troost uwer schoonen en verlangend (o, uit louter nieuwsgierigheid!) naar den val uwer dynastie?

P. — De val van mün dynastie? Alsof zooiets mogekjk is. Weet, o waanwüze dwaas, dat Wü reeds sedert eeuwen den strijd hebben gevoerd met zeeën van zuren en oceanen van alcohol, en dat onze macht desondanks heeft stand gehouden. Wat is er dan nóg, dat de band tusschen nüj en nüjn Electronen verbreken kan?

R. — Wellicht slechts één ding, Sire, dat U weldra duidelijk zal worden. Voorloopig verkondig ik U den beslissenden eindstrüd tegen Uw rijk, en zeg U slechts dit: hoed U voor de machtige stralen der liefde, die de alpha zü'n van een geheel alphabet van beproeving en loutering. Wankel niet, mün vorst, zoo ge alle sociale wapens hebt weerstaan, voor de lokstem der nietige liefde, en zoo ze U bedreigt, stop gehjk Odysseus Uw hoogwaardige ooren dicht met was, voor de zang der Sirenen van Sir Ernest Rutherford!

(Radium af)

AKTE IV.

(Het atoom groeit voor den microscoop onzer verbeelding. Jagende „Spiraaldans" der Electronen als voorheen. Ze zingen haar ademloos lied, onderbroken door den verwaten lach van vorst Proton.)

Proton (plotseling) — Wat is dat? Wat nadert daar van alle zijden als een kwalü'k-riekende wolk? Sta, wat gilt ge?

Sluiten