Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

éen der koepels wordt geregistreerd. Nog maken we op dezen tocht kennis met de nieuwe uitvinding van Dr. Schilt, den z.g. „Schilts' determinator", een ingenieus gevonden microphotometer, waarin men door een sterren-foto-negatief electrisch licht op een thermo-zuil laat vallen, die weer in verbmding staat met een zeer gevoeligen galvanometer. Naar mate het sterren-fotobeeld nu donkerder, <Lw.z. naar mate de ster zelf lichtsterker is, wordt de thermo-zuil minder verhit en wüst de galvanometer een hooger getal aan, dat kan worden afgelezen.

Na deze interessante escapade, stijgen we weer in den koepel, waar het nu langzamerhand donkerder wordt. De maan laat zich echter wachten, er zün leëlüke wolk-banken aan den horizont! We wachten een kwartier, dan, plots, is ze er, als een ül, rossig wolkje, reeds grootendeels gesluierd. Alleen de boven- en rechterkant zijn zichtbaar, mat koperrood. In den küker, waar het beeld wordt vergroot en dus aannierkelük verbleekt, is ze in dezen toestand niet zichtbaar.

Dus korten we den tüd met enkele „naburige" hemellichamen. We zien Wega Lyrae als een blauw-gouden flambouw, de kleine Epsilon Lyrae bhjkt door den küker een vier-voudige ster, we zien Jupiter met de bekende „strepen" en vier van zün manen, en Mars als een groote roode discus met, heel duidelük, de „pool-kap" van hei-witte sneeuw.

Dan keeren we tot de maan terug. De schaduw-kegel is nu reeds het meest „centrale" punt gepasseerd en beweegt zich langzaam naar den rechter-maanrand. Dan, o verrassing, om 15 seconden vóór half-elf, de eerste witte licht-schü'n op den linkerkant, waar de grijze schaduw zich nu verder „oprolt". Het is, in den kü'ker, als morgenzon op een eindeloos wit sneeuwveld, waarvan de nachtschaduwen wüken. Het eerst herkennen we een vlekje, bekend als „Grimaldi", het „Mare Crisium" (een groote donkere plek), den majestueusen krater „Kepler" en zün „buurman" „Mayer". Op de randen van de planeet danst en trilt het licht. Nog enkele minuten en ze is volkomen ^bevrijd". Maar vóór dien wü'st Dr. Schilt me nog even een merkwaardig klein sterretje vlak op den maanrand, dat slechts zichtbaar is tijdens maaneclipsen. Dan straalt de nacht-vorstin weer in zilveren glorie, en laten wü de „sterrenwachters" in hun kosmische contemplaties.

Sluiten