Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

n.

Oostersche schilderwijze. — Kunst alt ambacht. — De kunstenaar in harmonie met het Oneindige. — Vincent O. Gogh.

Ter illustratie van het voorgaande volge hier een korte vergelijking met de werkwijze van Oostersche schilders. Algemeen bekend is wel, dat -de belangrijksten onder hen hun sujet soms jarenlang met liefde bestudeeren, zün „leven" mdrinken en zün synthetisch beeld in zich verwerkelijken, alvorens tot de weergave over te gaan. Bestellingen van portretten en „genrestukjes" lijken in die gezegende streken dan ook vrijwel absurd. Dit alles is mogelük omdat de „kunstenaar" daarginds in den regel niet van zü'n kunst hoeft te „eten".

Zoolang in het Westen de scheiding tusschen „kunstenaars" en „gewone menschen" gehandhaafd bhjft, zullen de artiesten hier op de gewone menschen handig bhjven parasiteeren en de laatsten de eersten zooveel mogelijk materieel bhjven handicappen. De kunst, die aldus öf wel zich in hoovaardige arrenmoede van de stof afkeert, of wèl er op verkeerde wüze van afhankelijk is, komt bü een dergelijk proces noodwendig in gedrang. Natuurhjk zien we dit niet meer zoo, omdat het misbruik langzamerhand een goed georganiseerd systeem is geworden, dat wü allen dagelijks bewust of onbewust sanctioneeren.

Nog iets anders: de beste Oostersche kunstenaars schilderen de „lente": bloemen, vogels, water. Als een Westersch schilder zün hart volgt en in de bloeiende velden trekt, schildert hü een boerderij, een oud hekje of wel een landschap met huisjes of een herder. Er zit altijd „geschiedenis" in zün werk. Hü blü'kt te weinig vrü van het eindeloos „verhalende" van ons onrustig bestaan, dat de Eeuwigheid in het Heden (en het enkelvoudige) niet kent, en slechts de dingen in een rusteloos verstandelü'kcausaal verband met verleden en toekomst ziet. Hü blü'kt te weinig één met de sfeer-van-wording, te zeer storend geboeid

Sluiten