Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

is op zichzelf niet „mooi". Het wordt slechts (en terecht!) zoo gevonden, waar de suggestie van zün groot-mensohelükheid er doorheen tot ons roept. Hij droeg immers nog slechts de WeltSchmerz in zü'n meest omvattende, Ghristelüike beteekenis, en was nog te zeer pionier en martelaar om langs dezen, eenigmogelü'ken weg: van verbroedering en vereeniging, door het wereld-leed héén tot de vreugde te komen, de wereld-vreugde, de goddelü'ke vreugde. Zün werk is tragisch-schoon, als zün leven, maar hü bleef m.i. een .wegwijzer, een profeet en geen meester, gelijk de eerste de beste Balineesche koelie, in zün ©ogenblikken van hoogste begenadiging vermag te zijn: uit hoofde van zün gdükgestemdheid met het oneindige.

Het heeft nu weinig zin te overwegen in hoeverre een dergelü'ke „geesteshouding", indien wü die eenmaal, door-alles-heen, bereikt zullen hebben, van méér waarde zal zü'n dan de „eersteparadüs-toestand" bü deze „onbewuste" Oosterlingen nog altüd is: een feit is, dat we er toe moeten komen, en er toe zullen komen.

Niet voor niets wordt een v. Gogh alom als een apostel vereerd, ook al wordt (het moet nog maar eens gezegd!) zün werk op zichzelf door weinigen van harte „mooi" gevonden.

Sluiten