Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

En waar al in een tüd van milder contrasten en geringer verantwoordelükheid „schoonheid" en „genezing" zoo ze onvrü'willige offers eisehten (: de vrouw, het gezin, het kind-in-ons), slechts haarden van onheil en strgd kunnen zün en aan de universeele opbouw (kosmisch en kharmisch gezien) niets positief kunnen büdragen — vertroebeld als ze zün door een persoonlüke lengen, die in haar uitwerking sterker zal blijken dan het geforceerde „resultaat" — daar is in een crisis-tüd als de onze, waarin alle woorden en daden, en gedachten, als op gouden schaaltjes worden gewogen, de „plicht" (voor zoover ze zich los heeft gemaakt van, en iets anders is geworden dan de vragelooze dienstbaarheid aan de Liefde-in-ons) in waarde gelük aan die uit de Oud-Indische „Upanishads", waar ze het leger der... zonden aanvoert.

Het zü den dichters en anderen üveraars dus gezegd! Op den drempel eener nieuwe („creatuurhjke") cyclus worde een heilig woord uit een verwonnen economische („cultuurlüke") periode aldus gelezen:

„Eerder gaat een kemel door het oog van een naald, dan dat de Woekeraar met geestelijk „kapitaal" zal ingaan in het Hemelrijk."

God aanvaardt noch de „schoonheid" des Dichters, noch de „genezing" van den Dokter, noch wélke „resultaten" óók, zoo hü zenietzelfheeftgemaakt.

Geen geforceerde productiviteit, die „over hjken gaat" (over de lü'ken van hen, die ons het dierbaarst zü'n en voor wie we een alleréérste veranitwoordelükheid dragen), nóch grootsche uiterhjke „resultaten", die voor de Eeuwigheid minder waarde hebben dan een schoon-geblazen zeep-ibel, worden in de eerste plaats van ons gevraagd, maar dienstbaarheid (aan hen door wie „God"Hons-Hoogste-Zelf die dienstbaarheid eischt en aanvaardt) en (daarmee) een zuivering van ons „zelf" tot een schoon kanaal, een zuiver-gestemd instrument, waardoor des Scheppers wil zich vanzelf voltrekt en in schoonheid openbaart.

Aldus is elke schoonheid en elke genezing, die uit onze handen komt, ons zelf openbaring en geschenk, en draagt Gods' liefde zelf ze vóórt... En levend in dezen geest zal ieder mensch „op zü'n tijd" dokter en dichter zü'n.

Sluiten