Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

Nieuw is hier verder (onder veel méér) een hoofdstuk over de verschillende eerediensten: Katholiek, Protestant, Israëliet, de aandacht, besteed aan financiën, wetenschap en kunst.

De editie van het jaar XII begint met een sterk verkorte instructie over de tijdrekening, waarbij iets als „De Dag van de Republiek" eenvoudig niet meer wordt genoemd, en een becijfering van den volgenden aard: „Sedert de eerste Olympiade van Iphitus zijn verloopen: 2579 jaar, sedert de stichting van Rome 2558 jaar, sedert Nabonassar 2552 jaar, sedert de komst van Jezus Christus 1804 jaar, sedert de stichting van de Fransche Republiek 12 jaar, sedert het begin van het consulaat van... Napoleon Bonaparte, op 18 Brumaire van het jaar VUI, 4 jaar".

De dan volgende editie van de Almanach heet „Almanach impérial" en wordt aangeboden door Testu „aan Zijne Majesteit den Keizer". Ze begint intusschen nog steeds met de instructie over de nieuwe Tijdrekening en is dan ook gedateerd „Jaar XBJ". In plaats van nu echter te spreken van de „Era van de Republiek", gewaagt men van „De Era der Franschen".

Onder de „regeeringen in Europa" vinden we allereerst genoemd Napoieon en zijn gansche keizerlijke huis, te weten Joséphine Tascher de La Pagerie, geboren 24 Juni 1768, gewijd en gekroond tot Keizerin der Franschen op 11 frimaire van het jaar XIII, en al de broeders en zusters des Keizers, hun huwelijken en de kinderen, die eruit voortkwamen. De moeder des keizers wordt op deze lijst nog niet genoemd.

Onder de „gezanten te Parijs" ontbreken de Britsche en de Russische. De Hollandsche gezant is nog steeds Monsieur Schimmelpenninck. Onder de „ambassadeurs van Z. M. den Keizer der Franschen, resideerende bij vreemde mogendheden", ontbreken o.m. die bij het Britsche hof, die te Petersburg en Stockholm.

De verschillende leden van het Keizerlijke huis, die later in deze uitgave „prinsen en prinsessen" worden genoemd, krijgen hun hofhoudingen; een hoofdstuk is gewijd aan den Senaat, waarvan allereerst als leden worden genoemd: de Keizer, de Fransche prinsen, enz., aan den Raad van State, voorgezeten door den Keizer, aan de Wetgevende Vergadering, aan het... Legioen van Eer, reeds ingesteld bij een wet van 29 floréal van het jaar 10

?JJ° Hoogen Raad* vo°rgezeten door den Keizer en bestaande o.m. uit: „Z.K.H. prins Jozef, Z.K.H. prins Louis", enz. Aan de namen der diverse gedecoreerde dignitarissen wordt thans ook reeds het, sedert algemeen gebruikelijke, sterretje toegevoegd, al of niet met de letters G. C. (Grand Cordon) enz. Leger en rechtspraak, financiën, wetenschap en kunst krijgen in deze editie een flinke ruimte toebedeeld.

In de uitgave van 1806 vinden we dan o.a. Z. Exc. Schimmelpenninck genoemd als Groot-Pensionnaris van de Bataafsche Republiek, Brantsen aU onze gezant te Parijs.

In deze en de hierop volgende editie (1807) verschijnt de groote Keizer reeds in volle glorie. In waarheid: hoeveel wonderlijker is het op déze wijze de historie te benaderen en dichterbij te halen dan uit welk geschiedboek ook. Ze druppelt hier met moeite door de reactionnaire formule heen, en juist dit is het wat haar ons zoo levend, ik zou haast zeggen: zoo familiaar doet verschijnen. De ironie van het geval is intusschen, dat de statisticus, die in den regel, en naar zijn aard, met tegenzin achteraan komt slenteren en elke uitbundige gebeurtenis zooveel mogelijk den domper opzet, hier, met

Sluiten