Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

langen tijd handhaven. Die afsluiting voor vreemde elementen kan bovendien, als specifiek nationale karaktertrek, op zichzelf reeds een belangrijke factor zijn voor den gedramatiseerden zelfspot: de hoofdschotel van het waarachtige blijspel!

Maar wèt, bij de goden, hebben wij Noorderlingen in onszelf te bespotten, zoo het niet onze eeuwige bezadigdheid en voorzichtigheid, ons onaantastbaar verstand en onze volmaaktheid is?

Nemen we allereerst het pièce de résistance van elk Fransch blijspel: de liefde in al haar buitenechtelijke vormen. Kwam ze bij ons ooit verder (en het zij verre van ons hier het tegendeel te propageeren!) dan de zondige onvoorzichtigheid, of wel de onvoorzichtige zonde? En wat is er op den duur te beweren tegen een zonde, die nooit haar eigen aard van zondigheid betwist en uitbloeit tot een levensvorm, welke de critiek, en dus den blijspeldichter, ook maar éénige... houvast geeft?

In Frankrijk kent men daarentegen de buitenechtelijke „liaison" als een, reeds lang geleden door koningen gesanctioneerde (en geraffineerde) openlijkheid, die, al of niet terecht, haar bestaansrecht tracht te verdedigen. Al of niet terecht: maar hoeveel conflicten, oppervlakkig en „uiterlijk" genoeg om voor een ieder bevattelijk te zijn, werden daaruit niet geboren, conflicten, die evenzoovele dankbare onderwerpen zijn voor evenzoovele blijspelen: onschuldig in den regel, ja zelfs „opbouwend", waar immers in 60 pCt. de waarachtige leifde, onder luid applaus na het laatste doekje, zegevierend te voorschijn komt.

Om iets te kunnen betoogen, moet men eerst het tegendeel durven stellen. En wat in onze Noordelijke landen juist ontbreekt (om aan een nationaal blijspel het aanschijn te kunnen geven) is gemeenlijk juist die openlijke (noem het onbeschaamde, ondoordachte!) uitgesproken weerstand, waartegen de dramaturg met hekelende ironie het tegendeel kan propageeren.

Het is vóór alles daardoor, dat het blijspel bij ons, helaas, zoo weinig floreert, noch, voorloopig althans, floreeren zal: we hebben nóch onze „legitieme" cocottes, nóch modes en gewoonten, die op een zeker oogenblik de grenzen van het ridicule met een gracieus bravour en een volmaakt gebrek aan zelfkennis durfden overschrijden. En dus hebben we geen blijspelschrijvers, die met een even gracieus bravour die excessen kun-

Sluiten