Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

En ik heb, heel ver weg, bloemen gekocht, witte seringen, en ze weer teruggebracht, al maar lóópende en stamelend: een

zoon.... een echte jongen.... Hansje, mijn lieve boy Mijn

eigen, goeie, lieve, sterke vrouw!

Hoe is deze toestand ten slotte in iets anders verkeerd? Plotseling bedacht ik, dat ik geld uitgaf van de vijf gulden, die ik aan Tante Jo terug moest brengen, en dat ik haar dadelijk moest gaan zeggen, hoe alles was afgeloopen, aan haar en.... aan de heele wereld! O, gezegende geldnood, opperste claim van de materie, die ons berooide hoogvliegers over zooveel psychische impasses heenhelpt!

Wat ik onder andere omstandigheden slechts per „nood-brief" vermag te doen, heb ik toen persoonlijk, — d.w.z. telefonisch — ondernomen: een rijken vriend om geld gevraagd. Nog hoor ik zijn kalme stem, waarin toch de weerklank van zijn emotie vibreerde: „Kom het maar halen!": vier nieuwe gouden tientjes! Om vruchten, en een sjaaltje en eau-de-cologne voor Mien te koopen en te tracteeren op die peperdure „dragées poupons" van Maison Dreihus, en postzegels voor onze houtsnede, die Wim voor ons maakt en waarmee we de wereld gaan verkondigen, dat

Hansje geboren is, en voor mezelf, voor dat noodzakelijke

„kleintje koffie", de prijs voor zooveel literatuur, en waarbij ik thans, in een stil hoekje van de stad, even egoïstisch uit kan schreien dat Hansje er is dat we een kindje hebben!

Toen — o Hans, waar is de memorie van je vader! — ben ik, geloof ik, naar Wim gegaan, onzen zwager, de man van de mooie houtsneden. Marietje lag nog in bed met de kleine Eri, die opeens kraaide van plezier, en die ik nog liever had dan anders,

en toch ook weer minder lief, omdat ik, juist nu, niet hèm

wou zien, maar.... mijn eigen jongen. En Wim, die zich in de keuken stond te wasschen, beloofde me, al proestend, dat ie Hansjes naam op het plankje bij zou snijden, en de datum, en dat alles (75 kaarten) vandaag nog weg zou gaan!

Maar ik had geen rust: moest de heele wereld het niet weten? Ik ben toen naar „De Telegraaf" gegaan en heb ze verzocht, „uit hoofde van mijn tweejarig redacteurschap aan hun blad",

onze advertentie op crediet te plaatsen. Later als ik weer eens

een positie had, zou ik het graag betalen. Maar ze wilden daar

niets van weten, zouden het natuurlijk gratis doen en wel

dadelijk, vanavond nog! En zeiden iets van: „ellendig, heel ellen-

Sluiten