Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

Deventer-kleed. Het kon haar blijkbaar.... niet veel schelen!

Mien zegt, „dat Hansje er altijd geweest is...." En ik zou ook waarlijk niet weten, hóe verder te leven zónder dit kind, dat onze liefde belichaamt.... Hij is al zoo sterk.... ik heb de kracht van zijn trappelende beentjes en weerspannige vuistjes.... gevoeld, en (als met een oer-instinct) daarmee het vaderschap eerst recht.... ervaren!

19 Januari. — Het is nog altijd koud. „De-juffrouwbeneden" heeft blijkbaar haar kacheltje vannacht aangelaten en zeurt nou den heelen morgen (ik lag nog in bed, te wachten tot ik den moed zou vinden om op te staan) over „die saudemietersche kaoledamp".

Tot de immer-zwijgzame man er een bruusk eind aan maakt:

„Dan mojje andere kole koope, en niet staon te kankere...."

(Stilte).

Zij (zacht): Dat sel ik den aok wel doewn aók!.... (Lange stilte, waarin nu zelfs de poes met rust wordt gelaten.) Zij (met een poging tot terugkeer-naar-het-normale): 'Wil je ein sneitje?

Hij (fel): Nee! (Stilte).

Hij: Geef me maar drie sneetjes.. (Stilte).

Zij: Ken det in de kachel, ouwe?

Hij (gedempt): Gao d'r zélf maar in sitte... •

Zij (voorzichtig en bijna vriendelijk): Gao jèi d'r m'r insitte..

(Stilte, waarin de stumper vergeefs probeert d'r poese-heil toe te spreken en een liedje aan te stemmen.)

Dergelijke gesprekken van deze.... ongeletterden maken me beschaamd....

Straks, als de man weg is, vindt het oudje zichzelf weer terug, praat ze weer, tegen ieder, die het maar hooren (of niet hoor en) wil over „d'r man zus" en „d'r man zoo".... gaat ze, op haar manier, d'r toestand en d'r leven en „het leven" weer.... idealiseer en. ...

Ook Piemie, waarschijnlijk loerend op de eerste gelegenheid om d'r beddesprei vuil te maken of door het raam op de plaats te ontsnappen, krijgt weer een beurt:

Zij (zoekend): Piejmiej.... war-is-ie-den.... me lekkere

Sluiten