Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELEGIE.

L

Uit den Tuin des Vredes. *)

Tienduizend rozen bloeien In den tuin des Vredes. Mijn oog gaat er te gast. Mijn geest verkwikt er zich. Mijn ziel vindt er rust. Maar tusschen de lotusbloemen, In den stillen vijver,

Drijft, op haar eilandje van transparante blaad'ren

Eén enkele, gele.

Een kleine gele bloem.

Wat zegt me die bloem, dat zóó weinig is,

Zóó stil, zoo woordeloos,

En toch zóó veel?

^rVie is ze?

Jij bent het, mijn lieveling.

Jij bent de lieflijkste bloem

In den tuin des Vredes,

Waar ik ronddwaal en mij vergast.

En vrede vind

In jouw woordelooze,

Praallooze,

Stille Aanwezigheid.

II.

Nu rust ik

Achter het bronzen beeld van den Arbeid.

Dit Paleis van de verheven Gedachte

Waar het Hart van een

Verlangende Menschheid

Zich schuchter uitspreekt:

In wijze, bedachtzame woorden,

*) In het rosarium van het Vredespaleis, tijdens de tweede zomer-cursus van de Academie voor Internationaal Recht.

Sluiten