Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

264

IV.

Als ik je handjes streel, en kus. Lacht 't kind ons toe En staakt zijn spel, en voelt: Nu zijn ze, strijdens-moe,

Tezamen. Dan legt hij op je mond Zijn knuistje. En nestelt, half jaloersch, half blijde. Zijn kopje in onzen schoot en eischt van beiden Zijn wettig deel als derde in ons Verbond.

Hij werd de schoone vrucht van liefde en strijd, De levende belooning.

Hij is de Kleine Koning

In 't Rijk van onze stilste intimiteit.

n H a a g-B i 11 h o v e n. Mei 1927.

Sluiten