Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

282

Een dichtertje ging heel alleen,

Het hartje naar de wolken.

En luisterde, luisterde, naar het Lied

van Hen, die den Hemel bevolken.

En hoe hemelscher 't liedje, hoe harder het leed.

Hij was toch een ménsch maar: verbeeld je!

Eén stap, en het leed... en het Liedje was uit

In het snoezig, gevaarlijk bordeeltje.

Een dichtertje ging, nü, gelukkig, getwee,

Het hart in zijn liefste verloren.

En luisterde maar naar één Engele-bêe

Aandachtiger dan ooit tevoren.

En hoe schooner de bede, hoe hooger de vreugd:

Het werd een poëtisch juweeltje.

Zoo gingen ze samen, vereend en verheugd,,

Langs het duister, armzalig bordeeltje.

Sluiten