Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

ALGEMEENE INLEIDING

van zijn voorschrift eenig rechtsgevolg heeft verbonden, dat niet valt onder het eigenlijke begrip straf1) behoort dat voorschrift niet tot het strafrecht.

Dit is bijv. het geval met de regelen van het objectieve recht, die bij niet-nakoming een privaatrechtelijke verplichting tot schadevergoeding ten gevolge hebben2); met de feiten, die aanleiding kunnen geven tot toepassing van een disciplinaire- of tuchtmaatregel3), een politiemaatregel met preventieve strekking4) of een administratief of judiciëel dwangmiddel5).

B. DE BEIDE BETEEKENISSEN VAN STRAFRECHT W SUBJECTIEVEN ZW

Onder strafrecht in subjectieven zin wordt allereerst verstaan het recht van den Staat om aan de overtreding van zign normen een straf als gevolg te verbinden6). Hier doet zich de eeuwenoude vraag voor, waaraan de Staat het recht tot straffen ontleent.' Zie hieronder § 3.

In de tweede plaats wiordt die uitdrukking gebezigd ter aanduiding van het recht tot straffen, dat de Staat of zijne organen aan de door het objectieve strafrecht gestelde regels ontleenen. Zonder het objectief recht is het subjectief recht

*) De eigenlijke straffen zijn alleen die, opgenomen in art. 10 Swb. Als zoodanig is de straf een bijzonder leed door de strafwet als gevolg aan overtreding van de norm verbonden, een leed, dat den schuldige bij rechterlijk vonnis wordt opgelegd. Simons blz. 326.

2) De op grond van art. 1365 B. W. steunende verplichting tot schadevergoeding bij een onrechtmatige daad, tevens strafbaar feit, moet wegens het daarmee beoogde doel zorgvuldig van „straf" worden onderscheiden, immers ze beoogt niet als deze het toebrengen van eenig leed, doch herstel in den vermogenstoestand van den benadeelde.

») De strekking van de disciplinaire straf is om in bepaalde kringen (onder ambtenaren, in het leger en op de vloot, onder de bemanning van schepen, de bevolking van gevangenissen en gestichten, in kerk en huisgezin) behoorlijke plichtsvervulling en orde te verzekeren. Zie Hoofdst VI § 39 C.

*) Een preventieve politiemaatregel beoogt, hoewel toegepast naar aanleiding van een strafbaar feit, niet toebrenging van een bijzonder leed, maar voorkoming van herhaling. Voorb. de artt: 87, 316 I. R. jo art. 14 d en p Inv. Ver. laatste alinea.

s) Deze dwangmiddelen beoogen, direct of indirect, het feitelijke herstel van een gestoorden rechtmatigen toestand te bevorderen. Voorb. van een administratief dwangmiddel: Stbl. 1918 No. 125, voorb. van een judiciëel dwangmiddel: de medebrenging van een weigerachtigen getuige, de artt. 185 186 Rv., 134, 136 Sv. en de artt. 141, 262 I. R.

6) 't Subjectief strafrecht in dezen zin wordt veelal jus puniendi genoemd in tegenstelling met 't jns poenale, het bovenvermeld objectief strafrecht.

Sluiten