Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

HET STRAFBARE FEIT

ruimeren, rechtskundigen, zin valt onder het begrip handelen ook het niet-handelen, het nalaten.

Het tweede objectieve bestanddeel is het gevolg, dat met de „handeling" samenhangend, zich in de buitenwereld openbaart en dat, juist omdat de staat dat gevolg wenscht te voorkomen, hem tot het stellen van zijn gebod of verbod aanleiding gaf. Dat gevolg kan met de handeling direct samenvallen, zoodat er geen plaats- of tijdsverschil bestaat, (bijv. bij diefstal, omkooping), het gevolg kan soms echter plaatselijk en tijdelijk van de handeling gescheiden zijn (bijv. bij doodslag, oplichting).

In den regel stelt de wet echter een handelen of nalaten eerst strafbaar, wanneer dat handelen of nalaten onder bepaalde omstandigheden geschiedt. Zoo verklaart de wiet verzet tegen een ambtenaar strafbaar, doch allèèn als dat verzet vergezeld gaat met geweld of bedreiging met geweld en de ambtenaar op dat oogenblik Werkzaam is in de rechtmatige uitoefening zijner bediening (art. 212). Zoo is schending van de eerbaarheid op zich zelf niet strafbaar, maar alleen als ze in het openbaar geschiedt (art. 281 le) of een ander zijns ondanks daarbij tegenwoordig is (art 281 2e).1) Ook deze omstandigheden nu, die op het tijdstip der handeling aanwezig moeten zijn om een feit tot strafbaar feit te maken, behooren tot zijn objectieve bestanddeelen.

C. DE VEREISCHTEN DER ONRECHTMATIGHEID EN STRAFWAARDIGHEID

Een noodzakelijke factor voor het algemeen begrip „strafbaar feit" is de onrechtmatigheid, d.w.z. dat we te doen hebben met een menschelijke gedraging, welke in strijd is met een uitdrukkelijk door de wet (in materieelen zin) gesteld gebod of verbod. Die onrechtmatigheid vloeit echter uit het bloote feit, dat de handeling in strijd is met de norm, van zelf voort en vormt dus als regel geen afzonderlijk

x) Zoo is het opzettelijk onder eede afleggen van een valsche verklaring, hoewel onzedelijk, niet strafbaar, maar is daarvoor noodig, dat een wettelijk voorschrift een verklaring onder eede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt (art. 242 al. 1).

Sluiten