Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

77

ningsvatbaar persoon. Bit laatste is een absolute eisch, geldende voor. misdrijven en overtredingen beide.x) De toerekeningsvatbaarheid wordt intusschen verondersteld, welke veronderstelling eerst wijkt, wanneer er feiten aan het licht komen, die op grond van art. 44 den rechter aanleiding geven het tegendeel aan te nemen.2)

De handeling moet verder aan den dader toegerekend kunnen worden, d. w. z. er moet schuld bestaan (opzet of schuld in engeren zin); de schuld wordt niet verondersteld, maar moet bewezen worden; ze kan betrekking hebben op het gevolg der handeling of op haar elementen. De hier gestelde eisch van schuldverband wordt in het moderne strafrecht als regel gevorderd, doch uitzonderingen komen voor, vooral ten opzichte van bepaalde elementen van het strafbare feit.3)

F. WETENSCHAP DER STRAFBAARHEID. HET INGEBEELDE DELICT

In de eerste plaats wordt hier opgemerkt, dat voor de strafbaarheid niet bepaald gevorderd wordt, dat bewezen zij, dat de dader het bestaan van de norm, in strijd waarmede hij handelde, en de strafbepaling kende. Men drukt dezen regel gewoonlijk aldus uit: ,,'nIeder wordt geacht de wet te kennen." Natuurlijk is deze uitspraak een zuivere fictie, een veronderstelling, welke dikwijls in de praktijk totaal niet opgaat. Niettemin kan, wil de werking der strafwet niet ernstig bemoeilijkt worden, de toepasselijkheid daarvan niet afhankelijk gesteld wor-

!) Ten onzent wordt ook ten aanzien van overtredingen van het fiscale recht voor de strafbaarheid de toerekeningsvatbaarheid des daders gevorderd. Dit was anders naar de oude leer van het „materieele strafbare feit", welke opvatting echter geen verdediging meer vindt.

2) De H. R. (Arr. 10 Nov. 1924 W. 11302) leert echter, dat naar onze wet toerekeningsvatbaarheid niet te beschouwen is als een bestanddeel van het strafbare feit en als zoodanig door wettelijke bewijsmiddelen te staven, maar dat de afwezigheid daarvan in aanmerking komt als een grond, die de strafbaarheid opheft.

3) Strafbaarheid zonder schuld treft men aan in het fiscale strafrecht en bij de vroeger gehuldigde leer van het „materieele strafbare feit" (zie hieronder § 22 E). De wetgever heeft verder bij vele strafbare feiten bepaalde elementen „geobjectiveerd" (zie hieronder § 22 F), tenslotte vindt men bij sommige delicten aan een bepaald intredend gevolg strafverzwarende werking verbonden, zonder dat te dien aanzien eenige schuld wordt gevorderd (zie hieronder § 25 E).

Sluiten