Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

101

recht van de achttiende en het begin der negentiende eeuwi kwam met kracht tegen de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen op, vasthoudende aan het beginsel, dat geen straf kan worden opgelegd zonder schuld en van schuldig handelen alleen bij natuur lij: ke personen de rede kan zijn.

Ook ons strafrecht stelt zich kennelijk op dit standpunt, dit bhjkt o.a. uit de formuleering van art. 2 en van de artt. in het Tweede en Derde Boek, alsmede uit art. 59. *)*)

Het wezen der rechtsgelnkheid brengt mee, dat ieder mensch — afgescheiden van speciale voorwaarden voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid — ongeacht sexe of landaard subject van een strafbaar feit kan zijn (vgl. art. 2). Waar de strafwet dus spreekt van „hij die" omvat die uitdrukking ook „zij, die." Er zijn intusschen delicten, die uitsluitend door vrouwen gepleegd kunnen worden (artt. 341, 342) en andere waaraan alleen mannen zich schuldig kunnen maken (artt. 285, 286 e.v.).

§ 22. Schuld en schuldverband in het algemeen

A. TOEREKENINGSVATBAARHEID VAN DEN DADER EN TOEREKENBAARHEID DER HANDELING AAN SCHULD

Naar de meest gangbare leer en ook naar ons recht steunt de strafrechtehjke aarjsprakelijkheid op de bij den dader bestaande schuld; wat wie intusschen te verstaan hebben onder dat begrip „schuld," daaromtrent heerscht groote onzekerheid. Wil iemand strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden voor eenige handeling, dan moet er bij den handelende schuld be-

i) Alleen het fiscale strafrecht kent een strafrechtehïke verantwoordelijkheid van vennootschappen en reederijen voor strafbare handelingen door bestuurders, boekhouders, bedienden en ander personeel verricht.

Waar naar ons recht tegen strafbare handelingen gereageerd wordt, wordt niet het zedelijk lichaam of de rechtpersoon maar worden de bestuurders aansprakelijk gesteld.

») In den laatsten tijd zijn er echter rechtsgeleerden, die opkomen tegen die principieële uitsluiting der strafbaarstelling van rechtspersonen en de juridische mogelijkheid en wenschelijkheid betoogen om m sonimige gevallen die lichamen strafrechtelijk aansprakelijk te stellen. Het wettelijk repressiemiddel, gelegen in de mogelijkheid van vervallenverklaring der rechtspersoonlijkheid, wordt door hen als bestrijdingsmiddel onvoldoende geacht.

Sluiten