Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

HET STRAFBARE FEIT

gen."1) De wet geeft geen definitie wat overmacht is, we moeten er onder verstaan: „elke kracht, eiken drang, eiken dwang, waaraan men geen weerstand kan bieden."2) Onder het wettelijk begrip „overmacht" vallen velerlei gevallen, doch alleen bij den psychischen dwang zou men, in overeenstemming met de Toel. Ned. W. v. Str., van een strafuitsluitingsgrond wegens niet-toerekeningsvatbaarheid kunnen spreken.

In de eerste plaats kan de overmacht het karakter dragen van physieken, lichamelijken dwang d. i. geweld, waardoor op iemand feitelijke dwang wordt uitgeoefend, zóó sterk, dat anders handelen dan men deed uitgesloten Was.3) Dit geweld kan uitgeoefend worden door een mensch, maar ook door een natuurkracht. Bijv. A, die veel sterker is dan B grijpt diens hand, duwt daarin een penhouder en B's hand besturende laat hij hem een valsche handteekening zetten; of wel iemand is in een rivier aan het zwemmen, zijn kleeren heeft hij aan den oever gelegd; door een plotseling opgestoken wind waaien ze echter weg, zoodat hij genoodzaakt is naakt over den openbaren weg te gaan.4) In beide gevallen is er geen strafrechtelijke aansprakelijkheid, omdat er geen gewilde handeling is. Feitelijk kan men hier dus niet zeggen, dat de dader, zwichtende voor overmacht heeft gehandeld. Ook al bestond art. 48 niet, dan zou de straffeloosheid toch aanwezig zijn, want ze berust niet op „overmacht," maar op de omstandigheid, dat hier in strafrechtelijken zin geen „handeling" bestaat.

De overmacht kan in de tweede plaats bestaan in een psychischen dwang;5) dat kan zijn een absoluut psychische dwang bijv. bij hypnotische suggestie. Hier is het bieden van weerstand absoluut onmogelijk; de zedelijk gedwongene is evenals de physiek gedwongene niet strafrechtelijk aanspra-

*) „Gedrongen", onder dien term vallen physieke en psychische dwang beide.

*) Mem. v. Toel Ontw. Ned. Wetboek v. Strafrecht.

s) Of wel feitelijke dwang, die het iemand onmogelijk maakt te doen, waartoe men verplicht is, bijv. vrijheidsrooving, waardoor iemand, wettelijk opgeroepen als getuige, niet voor den rechter kan verschijnen.

*) Simons I blz. 194.

6) D.i. de z.g.n. „contrainte morale". Onder den psychischen dwang valt ook het handelen in noodtoestand, welk onderwerp echter in een afzonderlijke § onder de alg. rechtvaardigingsgronden behandeld zal worden. Zie hieronder § 28.

Sluiten