Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

HET STRAFBARE FEIT

redelijkerwijs moet vermoeden." Gelijke uitdrukking komt o.a. voor in de artt. 155,283,292,293 en 295 sub 2. Een bepaald vermoeden eischt de wet dus niet, doch slechts, dat de dader de misdadige herkomst redelijkerwijs moest vermoeden, d.w.z. zich redelijkerwijs behoorde voor te stellen de mogelijkheid van de misdadige herkomst, afgezien daarvan of hij die voorstelling inderdaad ook heeft gehad. Zie aldus ook Arr. H. G. H. 24 Sept. 1924 T. Dl. 122 blz. 49 e.v.

E. OPZET T. A. V. STRAFVERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN EN GEVOLGEN DIE DE STRAFBAARHEID VERHOOGEN

I Ten aanzien van strafverzwarende omstandigheden.

Van deze soort diene als voorbeeld art. 356 sub 2. Hier treedt naar onze wet strafverzwaring in, wanneer de mishandeling is gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening zijner bediening, 't Woord „opzettelijk" is niet gebezigd, zoodat strafverzwaring intreedt, indien objectief vaststaat, dat de handeling tegen een ambtenaar is gepleegd. *)

II Met betrekking tot de gevolgen, die de strafbaarheid verhoogen.

Hiervan worde als voorbeeld genoemd art. 351 sub 2. Hier is aan het voortvloeien van zwaar lichamelijk letsel uit de gepleegde mishandeling strafverhooging verbonden, terwijl opzet noch schuld te dien aanzien bij den dader aanwezig behoeft geweest te zijn.

F. BOOS OPZET (DOLUS MALUS).*) De vraag is hier of onder het begrip „opzet" bovendien d.w.z. behalve het hier boven besprokene, nog valt:

a) dat de dader de wederrechtelijkheid van zijn handeling kende d.w.z. de strijdigheid daarvan met de norm.

b) dat de dader wist, dat zijn handeling strafbaar was.

*) Bij Arr. H. R. 1912 W. 9386 werd echter beslist, dat de beklaagde wel moest weten, dat hij een ambtenaar in functie mishandelde, niet noodig echter werd geacht, dat beklaagde ook wist dat die ambtenaar was in de rechtmatige uitoefening zijner functie.

*) Onder de heerschappij van de thans afgeschafte wetboeken dwong de gebrekkige en onnauwkeurige redactie van vele artt. voor de strafbaarheid bet bestaan van „boos opzet" bij den dader te vorderen.

Sluiten