Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

HET STRAFBARE FEIT

vormd is na beraad, na overweging door den dader van de handeling en hare gevolgen in kalm en bedaard overleg. Het tijdsverloop tusschen een opgevat voornemen en de uitvoering daarvan is voor de aanwezigheid van den voorbedachten raad niet altijd beslissend, waarmee ik bedoel, dat eenerzijds een lang tijdsverloop het bestaan van den voorbed, raad niet noodwendig meebrengt, anderzijds een kort tijdsverloop hem niet noodzakelijk uitsluit. Wel kan bij een onnuddellijke uitvoering van een plotseling opgekomen plan de voorbedachte raad nimmer aanwezig zijn.*)

't Kenmerkende van den hierbedoelden vorm van het opzet is dus, dat er een oogenblik moet zijn geweest, dat de dader tot kalm denken in staat Was, dit .oogenblik kan nog zoo kort geweest zijn, maar het moet er geweest zijn.

't Bestaan van voorbed, raad maakt het misdrijf van doodslag tot het zwaarder delict moord. Daarentegen werkt bij mishandeling en zware mishandeling de voorbed, raad als een strafverzwarende omstandigheid. Onze wet maakt tenslotte nog een verschil tusschen kinderdoodslag (art. 341) en kindermoord (art, 342) in verband met de vorming van het opzet

Voor het tijdstip, waarop voor de strafbaarheid het opzet moet bestaan, zie men hierboven blz. 108.

§ 26. Schuld, (culpa)

We zullen nu spreken over den tweeden, lichteren, schuldvorm, culpa.2)

Voorop wordt hier gesteld, dat ook daar waar een actief handelen wegens het bestaan van culpa bij den dader strafbaar is gesteld, de handeling zelf toch een opzettelijke moet zijn, aangezien voor het begrip handelen in strafrechtelijken zin een bewust menschelijke gedraging absolute eisch is. Alleen voorzoover het strafbare feit in een niet-doen, een *) Vgl. Arr. H. R. 22 Maart 1909 W. 8851.

*) Boven werd reeds opgemerkt, dat voor de toerekenbaarheid der handeling noodig i s schuld, d. w. z., dat den dader van de handeling en haar gevolgen een verwijt kan worden gemaakt. In hoeverre kan men nu bij de veroorzaking van een verboden gevolg door culpa met gegrondheid den handelende daarvan eenig verwijt maken. M. i. op grond hiervan, dat de dader door zijn gedraging getoond heeft niet voldoende waarde te hebben gehecht aan de door zijn handelen of niet handelen geschonden rechtsbelangen. Vgl. v. Hamel blz. 381.

Sluiten