Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET STRAFBARE FEIT

147

treedt om die balk te verwijderen, is hij niet strafbaar, hoewel de toegang tot den spoorweg anders verboden is.

Noodtoestand en psychische overmacht hebben dus veel overeenkomst met elkaar; terwijl echter brj de laatste gehandeld wordt onder invloed van zedelijken dwang uitgeoefend door menschen, heeft brj noodtoestand het handelen plaats onder den psychischen druk der omstandigheden, buiten den mensch om.

B. GEVALLEN VAN NOODTOESTAND

Noodtoestand kan in de eerste plaats voorkomen bij een conflict van rechtsbelangen, een zoodanige botsing, dat het eene rechtsbelang niet kan worden gehandhaafd zonder dat het andere wordt geschonden of opgeofferd. Het classieke voorbeeld is; dat van twee schipbreukelingen, die om zich te redden eenzelfde reddingsplank trachten te bemeesteren, welke echter slechts één van hen dragen kan. A klemt zich vast en duwt B weg met het gevolg, dat deze verdrinkt. A heeft een in het algemeen strafbaar feit begaan, een in het algemeen wederrechtelijke handeling gepleegd. Toch is hij niet strafbaar, want hij heeft gehandeld in noodtoestand, die het wederrechtelijk karakter aan zijne handeling ontneemt en de strafbaarheid uitsluit.

Een ander voorbeeld: iemand, die door honger wordt gekweld, steelt, om zich in het leven te houden, een hoeveelheid voedingsmiddelen.x)

In de tweede plaats kan noodtoestand voorkomen in geval van botsing van rechtsbelang en rechtsplicht, wanneer de laatste niet na te komen is zonder tevens het eerste te schenden, bijv. wanneer een legerafdeeling haar weg versperd vindt en nu om tijdig op haar post te zijn, over een gezaaid land haar weg moet nemen (zie art. 550 W. v. Str.); dan Wel Wanneer plichtsverzuim plaats heeft ter handhaving van rechtsbelang.

In de derde plaats kan noodtoestand voorkomen bij botsing tusschen 'twee rechtsplichten, Wanneer de eene plicht niet kan (worden vervuld, zonder dat men zich tegelijkertijd schuldig

!) Aangeteekend zij hier, dat de rechtspraak niet spoedig geneigd is tot het aannemen van noodtoestand, bepaaldelijk, waar ter verdediging van het plegen van een strafbaar feit (overtreding van art. 504 al. 1, het in het openbaar bedelen) een beroep gedaan wordt op de behoeftige omstandigheden, waarin de dader verkeerde. Vgl. Arr. H. R. 27 Juni 1887 W. 5449.

Sluiten