Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176

POGING, DADERSCHAP EN DEELNEMING

't Eerste groote verschilpunt met de oude regeling is, dat naar art. 56 voor de medeplichtigheid de hulp moet verstrekt zijn vóór of tijdens het plegen van het delict, zoodat daden verricht nadat het delict reeds afgeloopen is, het karakter van medeplichtigheid niet kunnen dragen. Dientengevolge is thans heling geen medeplichtigheid meer, immers de heler verricht zijn handeling na den diefstal. Heling is een zelfstandig strafbaar feit geworden, dat we in het Tweede Boek nl. in de artt. 480—483 onder den Titel „Begunstiging" omschreven vinden. *)

Hetgeen hier omtrent heling is opgemerkt, geldt m. m. mede voor de artt. 26 (29), 31a en 31b van het oude Swb. Inl.; al die handelingen worden verricht, nadat het eigenlijke strafbare feit reeds is afgeloopen. Artikel 26 (29) is een zelfstandig strafbaar feit geworden n.1. art. 221 W. v. Str.; de artt. 31a, 31b en 29 (32) komen niet meer in ons strafwetboek voor en zijn dus vervallen.

't Tweede verschilpunt is, dat de medeplichtigheid met een lichtere straf strafbaar gesteld is dan daderschap en uitlokking, terwijl, gelijk reeds opgemerkt, naar het vroegere recht de medeplichtigen met dezelfde straf als de daders werden gestraft.

De algemeene beginselen omtrent de leer der deelneming zijn in de artt. 55—60 neergelegd. In gevolge art. 103 gelden ze echter ook voor strafbare feiten voorkomende in algemeene en locale verordeningen, tenzij bij de wet of Koninklijk Besluit ten deze afwijkende voorschriften zijn vastgesteld. In verband hiermee wordt verwezen naar art. 4 al. 1 en 6 Inv. Ver., ten gevolge Waarvan als regel in zake overtreding van de alg. verordeningen van 's lands middelen en pachten medeplichtigheid strafbaar is gesteld.

J) De beschouwing van heling als begunstigingsmisdrijf door onze wet is echter onjuist, immers de heler, die als regel uit winstbejag handelt, mist het opzet om te begunstigen, het bestaan van welk opzet trouwens niet voor de strafbaarheid gevorderd wordt. Het eigenlijke wetenschappelijke begunstigingsmisdrijf vinden we in art. 221 opgenomen.

Sluiten