Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

POGING, DADERSCHAP EN DEELNEMING

205

werking als medeplichtigen (mededaders) worden vervolgd en zullen ze kunnen worden gestraft, indien bewezen wordt, dat zij opzettelijk d. i. bekend met den misdadigen inhoud van het door hen uitgegeven (gedrukte) geschrift hun hulp en medewerking hebben verleend. Opgemerkt wordt dat bekendheid met den misdadigen inhoud van het geschrift voor de medeplichtigheid (mededaderschap) voldoende is; dat voor de strafbaarheid dus niet gevorderd wordt, dat het uitgever of drukker er om te doen was om tot de strafbare publicatie mede te werken.1) Juist omdat het bewijs van opzet dikwijls bezwaarlijk zal zijn te leveren en toch, waar een der beide voorwaarden voor de gunstige bepalingen van de artt. 61 en 62 ontbreekt, er bij den uitgever of drukker op zijn minst schuld bestaat, dat een stuk van strafbaren aard het licht heeft gezien en de dader niet te vinden is, oordeelde de wetgever dat er ten aanzien van uitgever en drukker bij onregelmatige beroepsuitoefening een aanvullende strafbepaling behoorde te bestaan. Zoo kwamen de artt. 483 en 484 in den titel van Begunstiging tot stand.2) Hierbij is strafbaar gesteld het enkele uitgeven (drukken) van een geschrift of eenige afbeelding van strafbaren aard op onregelmatige, niet nauwgezette wijze n.1. öf 1° zóó, dat de daJder (de persoon op wiens last het stuk gedrukt is) tijdens de vervolging voor de justitie niet bekend is, noch uiterlijk op de eerste aanmaning na den rechtsingang haar door den vervolgde is bekend gemaakt, öf 2° terwijl de uitgever (drukker), tijdens hij uitgaf (drukte), wist (opzet) of moest verwachten (schuld), dat hij (de dader enz.) op het tijdstip der uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten Ned.-Indië gevestigd zou zijn.

Ten onrechte heeft men deze misdrijven onder den titel ven: „Begunstiging" opgenomen, omdat begunstiging na het delict komt.

!) In dien zin v. Hamel blz. 490/491, Simons I blz. 301. Dat laatstbedoelde opzet moet echter, naar Noyon meent (aant. 4 ad artt. 53, 54), voor de strafbaarheid van uitgever of drukker wèl bestaan.

2) Wanneer bij een handeling opzet en schuld beide zijn strafbaar gesteld, vindt men als regel voor eiken schuldvorm een afzonderlijke strafbepaling De hiergenoemde artt. 483 en 484 vormen een uitzondering op dien regel.

Sluiten