Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI STRAF, STRAFSOORTEN EN MATE VAN STRAF

§ 39. Algemeene opmerkingen

A. DOEL VAN DE STRAF

De Staat, tot wiens taak de handhaving der algemeene rechtsorde behoort, kan tot dusverre bij de verzorging daarvan de straf niet ontberen. De straf is dus te beschouwen als een noodzakelijk middel ter bereiking van het staatsdoel.

In het vroegere strafrecht lag het doel der straf in wraakneming en vergelding; in het tegenwoordige daarentegen in handhaving der rechtsorde, beveiliging der maatschappij. De straf kan dit doel bereiken tegenover den dader door afschrikking, verbetering en onschadelijkmaking van dezen, tegenover derden door afschrikking, door herstel van het ideëel nadeel.

B. EISCHEN WAARAAN EEN GOED STRAFSTELSEL MOET VOLDOEN

Bij de inrichting van het strafstelsel en de keuze der strafmiddelen moeten de volgende beginselen leiding geven: lo nimmer mag bij een en ander verder gegaan worden dan voor het doel, handhaving der rechtsorde, volstrekt noodzakelijk is; geeseling, brandmerking en verminkende straffen behooren dus in het strafrecht van een beschaafden Staat niet voor te komen;x) met de wezenlijke belangen der veroordeelden, dient zooveel mogelijk rekening gehouden te worden, verbetering kome naast het hoofddoel als nevendoel in aanmerking. Er moet naar gestreefd worden de straf zóó in te richten, dat de veroordeelde bij terugkeer in de maatschappij beter in staat zij voor zich en zijn huisgezin het levensonderhoud te verdienen.

*) In de door de Regeering met de Inlandsche zelfbestuurders gesloten politieke verdragen pleegt dan ook de bepaling te worden opgenomen, dat verminkende en martelende straffen niet mogen worden toegepast.

In bet strafrecht van vóór de Fransche revolutie leidden de afschrikkingsen vergeldingsgedachte tot verscherpte doodstraf en wreede lichaamsstraffen.

Sluiten