Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

210

STRAF, STRAFSOORTEN EN MATE VAN STRAF

straf en tuchtmaatregel is echter niet altijd even gemakkelijk te trekken, omdat soms gelijksoortige maatregelen èn als straf èn als tuchtmaatregel dienst doen. Toch is dat onderscheid naar ons recht van practisch gewicht. Zoo bepaalt art. 3 al. 2 Inv. Ver., dat de daarin opgenomen regeling omtrent afschaffing en handhaving van strafbepalingen niet van toepassing is op „disciplinaire voorschriften." De bepalingen van algemeen strafrechtelijken aard zijn ook uit zichzelf daarop niet van toepassing. Daarom geldt het recht van gratie niet ten aanzien van disciplinaire straffen; evenmin is dat het geval met den regel van het „ne bi s in idem," zoodat in het algemeen oplegging van een discipl. straf de strafactie op grond van hetzelfde feit nog niet uitsluit en omgekeerd.1)

3) Politiemaatregelen van preventieve strekking. Zoo'n maatregel beoogt, hoewel toegepast naar aanleiding van een strafbaar feit, niet toebrenging van een bijzonder leed, maar voorkoming van voortzetting of herhaling. Vb. de artt 96, 307 h R. jo art. 14 d en p Inv. Ver., nl. vernietiging of onbruikbaarmaking van voorwerpen of werktuigen, gediend hebbende tot het plegen van een Strafbaar feit;2) verwijdering van een verbodsovertreder uit de rechtzaal.

4) Dwangmiddelen, administratieve of judicieele. Deze beoogen, direct of indirect, het feitelijk herstel te bewerken van een gestoorden rechtmatigen toestand. Als voorb. van de eerste soort: Stbl. 1918 No. 125, amotie of demolitie, de bevoegdheid der politie om op kosten van dengene, die zoodanige belemmeringen zonder toestemming van het bevoegd gezag op den openbaren weg hebben teweeggebracht enz., die uit den weg te ruimen. Als voorb. van een judiciëel dwangmiddel: de medebrenging en gijzeling van weigerachtige getuigen en deskundigen, de artt. 185 en 186 Rv., 134 en 136 Sv. en de artt 141, 262 I. R.;' verder de artt. 65 al. 3 en 84 Faill. Verord.

1) In het militaire strafrecht echter komen gevallen voor, dat aan het gezag de keuze is gelaten tusschen disciplinaire afdoening en strafrechtelijke vervolging, alternatief, zoodat dus toepassing van het gekozen middel die van het niet gekozene uitsluit.

2) Uit dit karakter vloeit voort, dat het bevel tot vernietiging of onbruikbaarmaking ook bij een vrijspraakvonnis gegeven kan worden. Zie hieronder blz. 246 n2.

Sluiten