Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

226

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

veroordeelde vergund kan worden de uren buiten den Werktijd in vrijheid door te brengen, ook toepasselijk verklaard op tot gevangenisstraf veroordeelden. Volgens aangehaald artikel kan bij de rechterlijke uitspraak1) bepaald worden, dat de tot gevangenisstraf of tot hechtenis van ten hoogste één maand veroordeelde de uren buiten den werktijd in vrijheid zal doorbrengen ; of de veroordeelde dit voorrecht in Werkelijkheid zal genieten, hangt af van de beslissing van het Hoofd van plaatselijk bestuur. Gedurende de vrije uren worden die lieden in elk opzicht als vrije personen beschouwd en behandeld (art. 64 Gest. Regl.). Indien zoo'n veroordeelde, anders dan om redenen van zijn wil onafhankelijk, niet op den bepaalden tijd en de aangewezen plaats aanwezig is, teneinde de hem opgedragen "Werkzaamheden te verrichten, dan wiel, indien hij zich aan wangedrag schuldig maakt, ondergaat hij verder de straf op de gewone wijze. Al 3 van hetzelfde art. schrijft echter voor, dat het bijl het eerste lid bepaalde niet toepasselijk is, indien tijdens het plegen van het feit nog geen twlee jaren verloopen zijn, sedert de schuldige gevangenisstraf of hechtenis heeft ondergaan.

Hechtenis wordt ondergaan in het gewest, waarin de veroordeelde ten tijde van de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak woont of bij gebreke van Woonplaats verblijf houdt, tenzij hem op zijn verzoek door den Directeur van Justitie vergund wordt haar elders te ondergaan.2) Dit punt vormt een belangrijke tegenstelling met de gevangenisstraf, waarbiji de veroordeelde daarheen kan Worden gezonden waar de met de strafplaatsaanwijzing belaste autoriteit het goeddunkt hem te zenden. Door den Inlander wordt het nog altijd, ziji 't misschien den laatsten tijd in mindere mate dan vroeger, als strafverzwaring gevoeld, wanneer hij de straf buiten zjjn geboorteplaats moet ondergaan.

Terwtijl in Nederland gevangenisstraf en hechtenis, naar art. 19 voorschrijft, steeds in afzonderlijke gestichten Worden

*) Volgens het oorspronkelijk regeeringsontwerp zou de straf ipso jure (d. i. van rechtswege) buiten den werktijd in vrijheid worden doorgebracht.

Thans is dus bepaald, dat niet de rechter maar het Hoofd van plaatselijk bestuur beslist, dat de veroordeelde buiten den werktijd in vrijheid zal blijven, maar het vonnis moet hem t. a. v. den persoon van beklaagde die bevoegdheid hebben verleend.

2) Art. 21 werd bij Stbl. 1920 No. 812 aldus gewijzigd.

Sluiten