Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260

STRAF, STRAFSÖORTEN EN MATE VAN STRAF

ren afperst en daarbij geweld bezigt, pleegt geen mishandeling maar alleen het misdrijf van art. 368, afpersing.

Het sub I b. bedoelde geval, wanneer door één materieele handeling meerdere strafbare gevolgen worden veroorzaakt, valt, moet men aannemen, ook onder art. 63 al. 1. Wie dus door één schot A doodt en B verwondt, kan zich schuldig maken aan twee misdrijven, doch toch wordt er slechts één strafbepaling toegepast en wel die waarop de zwaarste hoofdstraf is gesteld.x)

D. MEERDAADSCHE SAMENLOOP

Den sub II bedoelden meerdaadschen samenloop vinden we behandeld in de artt. 65, 66 en 70, welke de mate van straf, die kan worden opgelegd, bepalen. Die artikelen verondersteUen, dat de verschillende feiten elk op zichzelf feitelijk en juridisch een eenheid vormen. Hier hebben we dus op het oog het geval van een samenloop van meerdere (nog niet berechte) feiten, die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meerdere gelijksoortige of ongelijksoortige misdrijven of overtredingen opleveren.

Daartegenover behandelt art. 64 het geval, dat tusschen de meerdere feiten, die ieder op zichzelf misdrijf of overtreding opleveren, een in de wet nader aangeduid v e r b and bestaat. Daarover echter hieronder.

STELSELS VAN STRAFTOEMETING BIJ MEERDAADSCHEN SAMENLOOP

Hoe moet nu in gevallen van meerdaadschen samenloop worden gestraft? Verschillende stelsels kunnen daarbij worden gevolgd. Twee uiterste staan hier tegenover elkaar:

I De eenvoudige cumulatie of opeenhooping van

*) Art. 63 al. 1 spreekt niet uitdrukkelijk over het geval, dat door ééne handeling meermalen dezelfde strafbepaling wordt overtreden, bjjv. A doodt door hetzelfde schot BènC (concursus idealis homogen i u s); ongetwijfeld is analogische interpretatie van het in dit voorschrift neergelegd algemeen beginsel hier op haar plaats en zal op A de meermaal overtreden strafbepaling slechts één keer moeten worden toegepast.

Simons (I blz. 397) leert en m. i. terecht, dat art. 63 al. 1 slechts een regeling der straftoemeting geeft, doch overigens aan elk delict zijn eigen zelfstandige beteekenis en dus ook zijn eigen qualificatie laat.

Sluiten