Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STRAFVOLTREKKING

269

Art. 72 zegt, dat zoolang degene tegen wien een klachtdelict gepleegd is, den leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt heeft en tevens minderjarig is, of zoolang hij, anders dan wegens verkwisting, onder curateele gesteld is, zijn wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken de tot klachte gerechtigde is.

Klachtgerechtigd is de wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken, d. i. dus de vader, moeder, voogd of curator en t. a. der inheemsche bevolking, de vader en bij diens overlijden de moeder of grootvader van vaderszijde. Indien echter deze wettige vertegenwoordiger ontbreekt, of de persoon is tegen wien de klacht moet geschieden, mag de klacht gedaan worden door den toezienden voogd of curator of door het college met de toeziende voogdij of curateele belast, door de echtgenoote, een bloedverwant in de rechte linie; genoemde personen bezitten allen het klachtrecht gelijktijdig en kunnen dat recht onafhankelijk van elkaar uitoefenen. Eerst wanneer deze personen allen ontbreken, kent ons artikel het recht tot klagen toe aan bloedverwanten in de zijlinie tot den derden graad ingesloten.

Door de redactie van art. 72, ih dat opzicht afwnkende van art 64 Ned Swb., heeft men uitdrukkelijk willen doen uitkomen dat' indien de persoon, die nog geen zestien jaren was, toen het misdrijf tegen hem werd gepleegd, dien leeftijd bereikt, terwijl de klachttermijn nog loopende is, de zestien jaren gewordene de tot klachte gerechtigde wordt en zijn wettige vertegenwoordiger niet meer tot het indienen der klachte'bevoegd is In dien zin ook Arr. H. R. 15 Oct. 1894 W. 6561, doch anders Arr. H. R. W. 9630 en Simons I blz. 307. Art 73 bepaalt dat, indien hij' tegen wien het misdrijf is gepleegd, binnen den voor de indiening der klacht bepaalden termijn overlijdt, zonder verlenging van dien termijn, de vervolging geschieden kan op klalcht van de ouders, van de kinderen of van den overlevenden echtgenoot, tenware mocht blijken, dat de overledene een vervolging niet heeft gewild.1)

E TERMIJN VOOR DE INDIENING EN INTREKKING DER KLACHT Volgens art. 74 kan de klacht slechts worden ingediend gedurende zes maanden, nadat de tot klagen gerechtigde ken"TrrJiTartikel is echter niet toepasselijk in de gevallen waarover het vorige art. 72 handelt Cf. Noyon aant. 1 ad art. 65.

Sluiten