Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

oppositie van den Heer van Wassenaar vermits het verlies zyner thienden, voorgevende dat hy daar voor in zyne heerlykheid verkort wierd".

Minder eenstemmigheid bestaat er over de vraag: was Eikenduinen een zelfstandig Ambacht of eene Heerlijkheid?

We wenschen ons in die duistere kwestie niet te mengen, daar bij gebrek aan afdoende bewijzen, geen oplossing is te vinden.

Omstreeks 1400 moet de plaats eenige belangrijkheid hebben gehad, want in een proces van den Haag tegen Scheveningen voor den Hove van Holland in 1483 gevoerd, verklaarden Baljuw, Schout en Schepenen van eerstgenoemde plaats „dat hier voortijts, te weten over tsestich jaren en meer, een raeminge gemaect was geweest bij die van de Hage an de eene zijde en die van Sceveninge en Eykenduynen an d' andere, in wat manyeren dat elc van dien gelden en contribueren souden in de beden en subventien mijns genaden Heeren of andere omgelden; achtervolgende welke raeminge, die van Sceveninge mit dien van Eykenduynen hadden altijt getaxeert en gezet geweest, van soolange dat geen memorie van menschen ter contrarie en was, op sulcken taxen grootheyt als zij nu gezet, zonder dat zij hoger getaxeert waren, dan van outs gewoonlich was, te weten die van den Hage op die twee deelen en die voorsz van Sceveninge en Eykenduynen dat derdendeel".

Verder vernemen we dat „de dorpen van den Hage, Scheveningen en Eykenduinen stonden en gemeen waren onder een Bailliuschap en Schepenen", zoodat Eikenduinen, eene eeuw later nog als dorp vermeld, niet een zelfstandig dorp vormde, maar te zamen met anderen onder Haag-Ambacht behoorde en de inwoners als dusdanig te 's-Gravenhage te recht moesten staan.

In een brief van Schepenen van den Hage van 9 Mei 1464 wordt ook gesproken „van een stuk land gelegen in 't WestAmbacht van den Hage, bij Eykenduinen-molen, geheten

Sluiten