Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pater van Lommei merkt zeer juist op dat Graaf Floris „ten wiens tiden ende toedoenen", de afscheiding plaats had, niet anders zijn kan dan Floris V en acht het mogelijk dat de scheiding geschiedde op 8 September 1276, dus op den zelfden dag dat het patronaatrecht der Kerk van Monster aan de Middelburgsche Abdij werd geschonken.

Bij gebrek aan afdoende bewijzen is alle verder getwist hierover overbodig.

Graaf Willem III schonk op 2 Januari 1326 de Kapel van Eikenduinen „met alle goede en recht datter toe behoirt" aan de Abdij te Middelburg, met last dat wanneer „Florens die nu die capelrie hevet, stervet of dat hise vrilike ópghevet", van den Bisschop van Utrecht zal trachten te verkrijgen „dat deze Capelrye worde eene Parochie-Kerke", waarvan de grenzen als volgt werden vastgesteld: „van den moersloot in den stoeldam westwaerts tot Loesdune Lane toe en voort streckende alsoe verre alse Hage-Hmbacht gaet".

Omstreeks 1330 moet de gestelde voorwaarde zijn vervuld, want de Abt van Middelburg schreef toen aan Johannes III, Bisschop van Utrecht, en deze keurde bij schrijven van 20 Juli 1331 de oprichting der zelfstandige parochie goed en verleende tevens toestemming tot oprichting van een Kerkhof.

De naaste aanleiding tot verheffing der Kapel tot Parochie Kerk moet worden gezocht in de steeds toenemende uitbreiding van 's-Gravenhage, de groote afstand van de hoofdkerk en bijgevolg ook de moeilijkheden voor de geloovigen hunne kerkelijke plichten trouw te kunnen vervullen, welk laatste bezwaar zeker zou worden ondervangen, indien ze bij eene Parochie Eikenduinen werden ingedeeld.

De Graaf had echter ook eene persoonlijke reden de oprichting der nieuwe Parochie te verlangen.

Toen 's-Gravenhage nog geen Parochiekerk bezat, was de Kapelaan van Eikenduinen, een van de vier priesters die de Kapel ten hove bedienden en, na afloop der Mis, het

Sluiten