Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

Alles te zamen dus drie duizend zestig pond, de volgende jaren verminderd met honderd vijftig ponden, tengevolge het overlijden der Abdis.

„Op allen desen incommen werden onderhouden ordinairlycken up hedent, in den voorsz godshuyse vyfthien geprofesside jonckvrouwen religieusen, ses jonge dochteren, achtien geprofesside susteren, vier ongecleede susteren". Waarbij dan nog gevoegd moeten worden, de acht bouwknechten, de bouwmeester, de portier, een poorteres, twee timmerlieden, een biechtvader en 2 kapelaans, te zamen 59 personen, die dus per hoofd geen vol 1V2 pond per week hadden te verteeren, waarvan het moeilijk was een weelderig leven te leiden.

„Aengaende de religie en de onderhoudenisse van den ceremoniën en de godsdiensten in den voirs conventen en connen nyet bevinden, so van den religieusen, by ons gehoirt inder voors. informatie, als anderen ende oick by der gemeene fame ende rumeur, dairaff gespreyt in omleggende plaetsen, namentlyck in den Hage, off deselve religie en is aldair altyts wel revelentelyck en eeriyck onderhouden geweest".

Ook verder hebben de Zusters aan alle verleiding weerstand geboden en, met uitzondering van eene enkele, bleven dan ook allen steeds trouw aan God, godsdienst en beloften.

Toch bleef het gerucht over den grooten rijkdom der Abdij aanhouden en eene bende beeldstormers, overtuigd er schatten te vinden, deden in 1568 een aanval op het Klooster, die de nonnen, bijgestaan door het bij haar in dienst zijnde volk, wisten te verijdelen.

Veiligheid voor de Zusters bestond er ten slotte niet meer. Steeds dreigde het gevaar dat van de zeezijde een inval zou worden gedaan en dan kwam natuurlijk het Klooster het eerst aan de beurt om te worden geplunderd. De Zusters vonden het dan ook raadzaam haar Klooster te verlaten en zich te 's-Gravenhage te vestigen, waar ze te zamen bleven wonen, zooals gezegd, tot het uiterste

3

Sluiten