Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

oock miraculoeslick alsoe gheschiet is, ghelyck hier tot een memorie wt den oude, soe wel gheschreven, als ghedruckte Chronycken in desen tafereel int kortste ghestelt ende verheelt is, Godt sy hier van ghevreest, gheeert, en gheprese inder eewicheyt. Amen.

In gewone taal overgebracht luidt de geschiedenis als volgt: Een arme schamele vrouw, een tweeling op den arm, vroeg eene aalmoes aan Margaretha, Gravin van Hennenberg, dochter van den edelen Graaf Floris IV en van zijne godvruchtige echtgenoote Machteld. Niet alleen werd de vrouw weggezonden zonder het gevraagde te ontvangen, maar haar werd beleedigend toegevoegd dat een tweeling onmogelijk van één man kon zijn en werd dus bovendien nog als eene eerlooze moeder bespot. Hoe de arme vrouw zich ook verdedigde, het mocht niet baten en ze bad God openbaar hare onschuld en eerbaarheid te willen doen blijken en als bewijs daarvan aan Margaretha, die op het oogenblik in blijde verwachting leefde, zooveel kinderen te schenken als er dagen in het jaar waren.

Dit gebed werd verhoord en op Goeden Vrijdag van het jaar 1276 omtrent 9 uur, werd Margaretha, toen 42 jaar oud, moeder van 365 kinderen, die door Guido, Wijbisschop van Utrecht, werden gedoopt en waarvan de jongens Johannes, de meisjes Elisabeth werden genoemd. Bij de plechtigheid deden de nog bestaande bekken dienst. Gravin Margaretha overleefde het geval niet, ook al de kinderen stierven en te zamen werden ze in de Kerk te Loosduinen begraven.

Deze legende heeft, verwonderlijk genoeg, jaren lang geloof gevonden en niet alleen bij eenvoudige en onontwikkelde menschen, maar zelfs bij hen van wien men te recht mag zeggen, dat ze op een hoogen trap van ontwikkeling en beschaving stonden.

De Italiaansche geschiedschrijver Ludovico Guicciardini, een gunsteling van den Hertog van Alva, die in Antwerpen verbleef, gaf aldaar in 1566 een werk uit: Beschryvinge der

Sluiten