Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

gantse Nederlanden, dat de eer genoot ook in het Nederlandsen te worden overgebracht en meer dan eene uitgave beleefde, wel een bewijs dat zijn arbeid niet onverdienstelijk werd geacht, noemde het geval „der moeyte wel weerdicht verklaert te worden," omdat, zegt hij, „Erasmus, Lodewyck Vives, ende meer vermaerde schryvers dit in hunne boecken onder andere zaken oock mede vermelden". En hij voegt er bij: „Welck tegen de meyninge ende reghel der Philosophen ende Medicynmeesters, jae, oock villight leghen nature is. Niet te min alle reghelen hebben haer uytneminge, besonder als de ghenade of onghenade Godts, die met syne almogentheydt de natuere ende elementen te boven gaet, daer tusschen komt".

Vermeldt dient nog, dat deze bekken eene zekere vereering genoten en er eene wonderdadige kracht werd aan toegekend.

Bleyswyck, in zijne Beschrijving van Delft, verzekert inderdaad „dat luyden, eenigen tyd getrouwd geweest zynde, en geene kinderen verwekkende gewoon waren voornamentlyck naar Loosduinen te trekken, om aldaar haare handen in deze twee bekkens te wasschen, op hoope en vertrouwen van daardoor vruchtbaar te zuilen worden".

En Westerbaen die, zooals we reeds mededeelden, te Loosduinen verbleef en dus goed ingelicht kon zijn, verhaalt „dat veele vrouwen welke te Loosduinen de bekkens komen zien, die boven de schilderij ten toon hangen, haare handschoenen en neusdoeken derwaarts werpen, wanneer zy dezen niet kunnen bereiken, in de volkomene overtuiging, dat wanneer deze bekken door haar of door eenige harer klederen aangeraakt worden, haare vruchtbaarheid bevorderd wordt".

Diezelfde Westerbaen was volkomen overtuigd van de waarheid van het wonder, zooals blijkt uit de volgende regels uit zijn vroeger reeds aangehaald gedicht Ockenburg: Wie twyfelt aan de zaak, of wraakt de trouw der blaên, Van motten-rand geknaagd, of ouderdom vergaan, Daar zo veel ommestands nog over is gebleven?

Sluiten