Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

zag men de eerste huizen verrijzen, die steeds door meerderen werden gevolgd.

Voor de gemeente Loosduinen, waarvan de kom op eerbiedwaardigen afstand was gelegen, werd de toestand bedenkelijk; voor het behoorlijk in orde brengen der rioleering, de voorziening van licht, waterleiding, het toezicht van politie, de dienst der openbare reiniging, en wat al niet meer, zouden financieele offers gevergd worden, die de draagkracht der gemeente ver zouden overschrijden.

Door concessies van 's-Gravenhage ware daar in te gemoet te komen, maar het zouden in elk geval maar halve maatregelen zijn. Ris eenig afdoende middel bleef eene wijziging der grens tusschen de gemeenten 's-Gravenhage en Loosduinen, waardoor al de bewoners die zich op het grondgebied van Loosduinen hadden gevestigd, bij gebrek aan eene woning in den Haag en ook daar in hoofdzaak hunne bezigheid hadden, bij de Residentie werden aangesloten.

Een wetsontwerp in dien zin in de Kamerzitting van 3 September 1902 ingediend, werd reeds op 24 December d.a.v. zonder hoofdelijke stemming aangenomen, op 30 December door de Eerste Kamer goedgekeurd en zoo was op 1 Januari 1903 de grens van 's-Gravenhage verlegd van Beeklaan en Moerweg naar de sloot Noord-Oostelijk van de begraafplaats Nieuw Eikenduinen. Ongeveer 900 U.R. had de gemeente Loosduinen van haar grondgebied verloren en 1294 Loosduiners waren Hagenaars geworden.

Reeds in 1907 bleek eene verdere uitbreiding van 's-Gravenhage noodzakelijk en men dacht er aan de grens nog verder te verleggen op het grondgebied van Loosduinen. Hiertegen waren echter bezwaren van overwegenden aard. De ingekrompen gemeente zou daardoor in onoverkomelijke financieele moeilijkheden komen, aan hare verplichtingen niet meer kunnen voldoen, zonder de overgeblevene bevolking onder niet te dragen belastingen te doen gebukt gaan.

Algemeen werd dit ingezien. Trouwens het was toch

Sluiten