Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER WETENSCHAP

53

Leontius Püatus uit Constantinopel manuscripten met zich medebracht en op de kust van Italië schipbreuk leed, was het verlangen van Petrarca om te weten te komen, of het toeval eenige manuscripten van Sophocles of van Euripides zou gered hebben veel grooter dan zijn verdriet.

Door zijn voorbeeld vuurde hij ook anderen tot het Humanisme aan. Hij was in waarheid een discipel van de komende Renaissance en, meer dan eenig ander van zijn tijd, werkte hij er toe mede den weg voor de groote herleving van de eeuw, die op hem volgde te banen. *

De eerste gevolgen van zijn invloed kan men in het werk van zijn opvolgers zien. Een van zijn secreta^ rissen, Giovanni Malpaghino, onder den naam van Johan van Ravenna bekend, reisde vele jaren van stad tot stad, als een apostel van de nieuwe wetenschap, om door zijn bezielend woord anderen aan te vuren. Een andere volgeling, de Augustijner monnik Luigi Marsigh, maakte zijn klooster San Spirito in glorence, tot een middelpunt van voorlichting voor de jongelieden van zijn vaderstad. Men kan echter de macht, door Petrarca uitgeoefend, het duidelijkst in het werk van zijn tijdgenoot Boccacio (1313—1375) bemerken. Boccaccio was een aanbidder van Petrarca en zag naar hem, al was hij slechts een paar jaar jonger, altijd als tot zijn meester op. In de geschiedenis der letterkunde dankt hij, evenals Petrarca zijn bekendheid aan zijn geschriften, die onderwerpen uit eigen bodem tot inhoud hebben, in het tiikonder de „Decamerone." Wij willen hem echter in dit boek

Sluiten