Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN GODSDIENST

129

grondslag voor de stichting van een nieuwe Bijbelsche wetenschap te grondvesten. Dit was echter niet alles. Volgens zijn idee zou dit ten slotte niet alleen tot een waarachtige kennis, maar ook tot een grootere verbreiding van de Schrift leiden.

Het was zijn wensch, dat het Nieuwe Testament in een iedere taal zou overgebracht worden, dat de massa van het volk, zoogoed als de priesters, in staat

zou zijn dit te bestudeeren, ieder voor zichzelf. „Ik wensch", aldus schreef hij in zijn voorrede, „dat zelfs de zwakste vrouw de Evangeliën lezen kan en de Brieven van Paulus, dat deze niet alleen door Schotten en Ieren, maar zelfs door Turken en Saracenen gelezen en verstaan kunnen worden. Ik

zou wenschen, dat de man hieruit gedeelten zou zingen, als hij achter den ploeg gaat, dat de wever deze zou zingen bij het snorren der weversspoel, dat de reiziger zijn reis met het lezen er van zou korten."

Ook hier ondernam Erasmus een poging, die later in den hervormingsstrijd haar invloed sterk zou doen gelden.

Terwijl de Kerk al met schuinschen blik naar een onafhankelijke, Latijnsche vertaling van den Bijbel zag, deed natuurlijk een poging, een vertaling in de taal van het land te vervaardigen, nog veel meer den tegenstand toenemen. Paus Innocentius III had zich tegen deze vertalingen, juist op gronden, door (Erasinus in zijn verdediging daarvoor aangebracht, ^verzet, n.1. dat daardoor leeken en zelfs vrouwen in staat zouden zijn, de Schrift te lezen. De inquisiteurs

De Renaissance

Sluiten