Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DEN GODSDIENST

131

E vemorpeling heeft hij zich begeven? Welk een verI andering ! Gij, die zooeven nog de begraven vroomheid opgroeft, die het Evangelie uit holen en verborgen hoeken te voorschijn haaldet, den godsdienst I hèrsteldet, helpt thans mede dezen te vernietigen te verbannen en uit te roeien". Evenmin deinst hij er voor terug, Erasmus van de laagste beweegredenen I te verdenken.

„Indien gij er de voorkeur aan geeft met de parasieten zij aan zij te gaan, moeten wij vertrekken. I Leef rustig onder de grooten, die u geschenken geven, jen indien gij slechts tegen Luther schrijven wiltju een bisdom en een lui leven zullen bezorgen."

Het was Erasmus gemakkelijk, in zijn antwoord iop dezen vernietigenden aanval, aan te toonen1), dat | zijn tegenstanders zijn positie op ergerlijke wijze Iniet begrepen en zijn motieven verkeerd uitgelegd jhadden. Het was echter niet zoo gemakkelijk voor hem en evenmin voor zijn verdedigers, daarna zijn handelwijze te rechtvaardigen. Het best kan deze ^verklaard worden door op de essentieele hoedanigheden van zijn persoon te wijzen. I Hij had niet de geaardheid van een hervormer, Hij was een man, afkeerig van strijd, en een, die oprecht geloofde, dat alle rumoer en verwarring' van ] Luther's opstand voor het geloof en den waarachfcigen vooruitgang ervan noodlottig waren. Het lag in Ide natuur van zulk een man, zich afzijdig te houden jen zich naar den tijd te schikken. Hij laakte fanatisme,

|. 1 ..Spongia Erasmi adversus Aspergines Hutteni". („Een spons om de besprenkehngen van Hutten uit te wisschen.")

Sluiten